Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER WETENSCHAP

75

Wij zien dit in het bijzonder bij Philip Schwarzerd (1497—1560), meer bekend onder zijn vergriekschten naam Melanchton. Een fijn kenner van de wetenschap, uitgever van verschillende deelen klassieken en van een Grieksche grammatica, was hij gedurende eenige jaren hoogleeraar te Wittenberg en daar werden zijn colleges door 2000 studenten van allerlei nationaliteit bijgewoond; hij leidde zijn wetenschap in de banen der theologie en werd bekend als een medewerker van Luther op dit gebied. Het praktisch en opbouwend karakter van het Duitsche humanisme kan men verder nog uit het feit bewijzen, dat, zelfs wanneer zijn krachten niet voor theologie verbruikt werden, zij toch in hooge mate voor paedagogische en sociale belangen werden aangewend. Mannen zooals Jacob Wimpheüng (1450—1525), „de Duitsche Schoolmeester", die onophoudelijk en hardnekkig zoowel de immoraliteit van de Curia als de heidensche geleerden, die de Duitsche jeugd van de Christelijke orthodoxie trachtten af te trekken, aanviel, en Alexander Hegius (1433—1498), die langen tijd het hoofd was van de Broeders des Gemeenen Levens te Deventer, wijzen op het begin van een nieuwe aera in de opvoeding in Duitschland.

De onstuimige Ulrich von Hutten (1488—1523), hoewel hij met vuur voor de wetenschap en dichtkunst bezield was (hij was in 1517 tot „poëta laureatus" van Duitschland gekroond), ondersteunde later de zaak van Luther, maar zijn grootste belangstelling trokken niet diens leersteüingen, maar meer de sociale en economische trekken in Luther's streven.

Sluiten