Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER WETENSCHAP

97

over de ontzettende verdorvenheid der latere Renaissance gesproken en ik moet hier nogmaals op wijzen. Om iets dergelijks te vinden, zouden wij tot den tijd van het Romeinsche rijk, in zijn verval, moeten teruggaan. Losbandigheid bij particulieren en een lager niveau van den staat brachten den tijd in discrediet. Het Pauselijk hof was verdorven, wereldlijke vorsten dreven met alle moraliteit den spot; wij behoeven hier niet bepaaldelijk aan de figuren te denken, die door hun losbandigheid het meest berucht zijn geworden, maar de geheele tijd kenmerkte zich door lichtzinnigheid en losheid in de geheele maatschappij, een ontaarding, die zich zoo alom verspreidde, dat zelfs welvoegelijke menschen tot het kwaad vervielen en zich blijkbaar er niet veel om bekommerden, dat de verdorvenheid hun huis binnendrong.

Eenige van de meest eminente humanisten waren bekend om hun losbandigheid, zooak de beroemde Politianus, die, tenminste een tijdlang, aan de laagste ondeugden verslaafd was. Beminnaars van wetenschap en kunst begingen onmenschelijke misdaden. Schoonheidsgenot ging met de grofste zinnehjkheid gepaard; lage intriges en twisten kon men te midden van de uitgezochtste verfijning vinden.

Dit is de paradox in de Italiaansche Renaissance, jdie Browning zoo goed in: „The Bishop orders |his Tomb at St. Praxed's" aantoonde en dit rechtvaardigt zelfs de heftigste aanklacht van Ruskin.

Thans doet zich een zeer gewichtige vraag voor: hoe kunnen wij deze decadence op moreel gebied

De Renaissance

Sluiten