Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WEDERGEBOORTE IN DEN GODSDIENST 103

den met vijandigen blik gadegeslagen. Hildebrand's opvatting over het Christendom als een staat, onder de opperheerschappij van den Roomschen Paus als souverein of oppersouverein, was te gewichtig, om door zijn opvolgers te worden opgegeven en de hooge aanspraken, die hij geformuleerd had, waren door hen steeds meer uitgebreid.

De suprematie, waarop de Paus aanspraak maakte, was wereldlijk en geestehjk. De Paus bewaarde de | sleutels van aarde en hemel. Hij matigde zich het [ recht aan, koningen af te zetten, hun gebied aan j te wijzen en hun onderdanen van trouw jegens hen i te ontslaan. Alexander VI trad als heerscher van het heelal op, met volledige macht om te schenken en te ontnemen, toen hij in zijn bul: „Inter Coelia Divinae" aan Ferdinand en Isabella de Nieuwe Wereld schonk.

Het is verbazingwekkend, dat deze aanspraken [aldus konden staande gehouden worden en zelfs weer konden gelden na de Babylonische Ballingschap 'i (1345—1376) en het groote Westersche Schisma (1378—1417).

Het Pausdom kwam echter uit dien tijd van beÈproeving niet met ongeschokt prestige weer te voorschijn. Het eigenaardige schouwspel van twee onfeilbare hoofden van het vereenigd Christendom, die over elkaar den vloek uitspraken en elkaar trachtten af te zetten, was zeer geschikt het vertrouwen te schokken, zelfs van die menschen, die onwrikbaar in pen Paus als plaatsvervanger van God op aarde geloofden ; het was dan ook niet gemakkelijk die

Sluiten