Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DEN GODSDIENST

107

steeds grooteren aanslag op de beurzen der geloovigen. Buitengewone heffingen werden voor bijzondere doeleinden bedacht. Het verkoopen van geestelijke ambten ging ongehinderd door. Een rijk leven werd in verschillende landen door hen geleefd, die de genoten inkomsten opstreken.

De altijd durende kapitaal-verhezen, die van die misbruiken het gevolg waren, werden voor de wereldlijke heerschers een belangrijk probleem. Geld, dat men tehuis had moeten houden, om de eigen schatkist te verrijken, vloeide voortdurend weg, om de schatkist van den Paus te vullen. De hooge, plaatselijke, kerkelijke magistraten betoonden zich even buitensporig en roofachtig als de leden van het Heilige College zelf j zij leefden als de rijke leenadel en voerden een zelfden staat.

Zelfs de lagere geestelijkheid laadde zich eveneens het verwijt van wereldschgezindheid op den hals; de bedelorden, hoewel zij door hun strenge gelofte Van armoede gebonden waren, werden om de wijze, waarop zij hun rijkdommen misbruikten, bespot. Men moet dus ingewikkelde, financieele overwegingen rekenen tot de oorzaken, die tot de nationale opstanden tegen Rome leidden. Men moet op dit feit wel den nadruk leggen, ;omdat het van groot gewicht is in verband met de Hervorming en wel wat haar politieke zijde betreft.

De hoofdoorzaak echter van de groote reactie was het protest van het geweten tegen de moreele verdorvenheid van de niet hervormde kerk. Deze verdorvenheid begon in het hoofdkwartier en verspreidde zich vandaar door het geheele stelsel der kerk.

Sluiten