Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DEN GODSDIENST

125

In den beginne handelde Reuchlin met den tekst van het Oude Testament als een filoloog. In dit eene feit is zijn bijzondere aanspraak gelegen op erkenning

■ onder de beweegkrachten in de geschiedenis van het I intellect van dien tijd.

Niettegenstaande zijn eigen latere voorliefde voor I het mysticisme, zette hij de allegorische uitlegging I van de theologen, die de scholastiek aanhingen, op

■ zijde en zocht in de plaats daarvan de letterlijke

■ beteekenis van dat, wat hij las, te ontdekken, terwijl

■ hij hierbij zijn talenkennis in toepassing bracht.

Terwijl hij deze methode volgde, was hij de eerste,

■ om het oog te vestigen op het groote nut van de hulpmiddelen en methoden der nieuwe wetenschap bij den uitleg van de Heilige Schrift. Hij maakte

I eveneens de wetenschap tot een mededingster der theologie.

Terwijl hij op vrijmoedige wijze den Heiligen Au■gustinus verbeterde en de aandacht op de „ontelbare

■ fouten van de Vulgaat" vestigde, beweerde hij hieridoor stilzwijgend, dat wetenschappelijke kwesties ■door de geleerden moesten beslecht worden en dat, ■ndien deze aan de orde waren, de specialist aan den ■theoloog en niet de theologie aan den specialist de

wet moest voorschrijven.

Id 0p, d.eze ^e begrijpen wij, dat de polemiek van IReuchlin op een algemeenen twist tusschen de verdedigers der oude theologie en de advocaten van het Biumanisme moest uitloopen, en hierbij neemt Reuch| hn zelf zijn plaats onder de pioniers van de intellectueele herleving op het gebied der theologie in.

Sluiten