Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DEN GODSDIENST

137

Later namen de aflaten den vorm aan van een ruil. Het geven van aalmoezen aan de armen, be[ talingen in geld voor godsdienstige of liefdadige doeleinden, pelgrimstochten en andere vrome werken werden voor de gewone kanonieke boetedoeningen in de plaats gesteld. Gedurende de kruistochten werden b.v. bijzondere aflaten aan diegenen verleend, die voor de zaak der kerk streden. Inmiddels was de idee van den aflaat nog sterk uitgebreid. Men [beschouwde hem thans niet alleen als een afkoop ivan de eischen van het kanoniek recht, maar tevens i van het recht Gods, zoodat men er de vrijstelling 1 of verzachting van de straffen van het vagevuur mee kon verkrijgen. Deze uitbreiding ging hand aan hand Imet de ontwikkeling van de leer van den Thesaurus IMeritorum (de z.g. „Schat der Kerk"). Deze bestond uit de overtollige verdiensten van Jezus Christus, gegeven door Zijn sterven aan het kruis, en de meer dan plichtmatige goede werken van de heiligen en alle vrome menschen, zoowel levenden als dooden. I Daar alle geloovigen leden vaii één lichaam waren ten de goede werken van ieder het gemeenschappelijk fcezit van allen, werd deze „schat" voor een soort Iran reservefonds gehouden, waaruit men in tijden van nood kon putten, en de getrokken wissels dienden pvens, om de onvolmaaktheid in goede werken van kie werkelijk boetvaardige, maar zwakke broeders pan te vullen.

Een tijdlang nu was men met het verleenen van |flaatbrieven zeer spaarzaam en betoonde men hierbij He grootste angstvalhgheid. Met het Groot-Westersch

Sluiten