Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WETENSCHAP EN FILOSOFIE

169

tot een systematischen, logischen vorm. Haar oogI merk was niet de onafhankelijke vraag van de waarheid, want zulk een onafhankelijke vraag werd niet toegestaan, maar het weer vaststellen, in rationeele I termen, van de waarheid, die reeds gegeven was De premisse van alle scholastieke denkers, die niet I weersproken mocht worden, was de absolute beslisIsende leer van de Kerk. De eerste taak van den Ifilosoof was dus, de middelen te vinden, waardoor Ihij kon bewijzen, dat de waarheid van de openbaring eveneens de waarheid der rede is.

\vD? .filosofie werd °P deze wijze in den dienst der IKerk ingedeeld en moest aan deze onderdanig blijven [De kwestie van de verhouding tusschen openbaring ■en rede gaven inderdaad aanleiding tot geheel tegenovergestelde gezichtspunten. Deze leer werd aan Men eenen kant door Thomas van Aquino aangevallen |net zijn leer aangaande twee verschillende spheren fan wetenschap j aan den anderen kant door Duns Scotus, daar deze de absolute eenheid van alle kennis Koor openbaring aannam. De wijze, waarop de waarheid de rede kon ondersteunen en rechtvaardigen was het onderwerp van heftige discussies, en dé fccholen der Thomisten (de volgelingen van Aquino) |n de Scotisten (die van Scotus) twistten ongeveer ■ne honderd jaar met elkaar over dit punt. I Welke ook hun geschilpunten waren, het gemeenschappelijk onderwerp van alle wijsgeeren uit de ■Jiddeleeuwen was het in overeenstemming brengen Jan menschelijke wijsheid met de orakels der Kerk |)e voorwaarden en methodes van het kerkelijke

Sluiten