Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I IN DE OPVOEDING 189

Het was de taak van den zoogenaamden geleerde deze grondig te onderzoeken. Als hij deze taak [vervuld had, was hij meester over alle kennis van dien tijd.

Parallel met dit schema voor opvoeding, dat in de eerste plaats voor de geestelijken bestemd was, [liep het programma van de ridderschool; de taak van deze was „een volmaakt ridder te maken". Ook deze had haar Zeven Vrije Kunsten, maar zij verschilden geheel en al van de hierboven genoemde; zij bestonden uit: rijden, schieten met pijl en boog, zich in de valkenjacht oefenen, zwemmen, boksen, schaakspelen en het maken van gedichten. Het is [hier van groot gewicht, de scherpe tegenstelling, die er tusschen het intellectueele en het actieve, tusschen de wetenschap en het leven gemaakt werd, op te merken. Het was het resultaat van dat algemeen heerschend dualisme in de gedachte der Middeleeuwen, dat het duidelijkst uitkwam in de bijna geheele scheiding der sferen van het geestelijke en het wereldlijke. De geestehjke, of geleerde, was geïsoleerd, zijn terrein was de wetenschap, voor zijn trivium en quadrivium had men overeenkomstig zijn bestemming gezorgd.

De ridder of „gentleman" aan den anderen kant, [had zulk een geestesbeschaving niet noodig en, naar men aannam, daarvoor ook geen belangstehing. Voor hem bestond de grondslag der opvoeding in lichameBijke volmaaktheid, hoewel men hieraan nog zulke wetenschappelijke kunsten en bevalligheden toevoegde, als aan zijn rang pasten en welke, in dien tijd van

Sluiten