Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

204

DE RENAISSANCE

„Niet alleen", schrijft hij in zijn „Didactica", „moeten de kinderen van de rijken en aanzienlijken naar school gebracht worden, maar allen tezamen, van hooge en eenvoudige geboorte, rijken en armen, jongens en meisjes, in groote en kleine steden en dorpen. Om de volgende reden. Iedereen, die als mensch geboren is, is voor dit doel geboren, dat hij een menschehjk wezen zal zijn, dat wil zeggen, een mensch, met verstand begaafd, heerschend over andere schepselen en de gelijkenis met zijn Schepper in zich dragend".

Tezelfder tijd beziet hij, als theoloog, de opvoeding geheel en al van een religieus standpunt. Dit tegenwoordige leven is niets anders dan een voorbereiding voor de eeuwigheid; de opvoeding nu moet medehelpen bij deze voorbereiding. De krachten, die den mensch in staat stellen zichzelf te vormen, verkrijgen al hun waarde door hun godsdienstige beteekenis. Latijn was noodzakelijk als het universeele middel tot omgang tusschen volken van verschillende taal en de verbreiding van godsdienstige en moreele waarheid, en het nut van klassieke studies werd daarom door hem toegegeven. Hij wantrouwde echter de klassieke literatuur, daar hij deze voor de voorbereiding van den Christen ongeschikt achtte. Dit gevoel beheerschte hem zoozeer, dat hij zelfs een aantal Latijnsche handboeken schreef, die de plaats moesten innemen van de boeken, welke men gewoonlijk op de scholen bestudeerde.

Voor schoonheid in vorm en stijl had hij geen gevoel. Zijn richtsnoer was geheel en,al praktisch. „Alle

Sluiten