Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

228

DE RENAISSANCE

Cimabue's naam en faam afgebroken. Zelfs de Rucellai-Madonna houdt men thans voor het werk van een andere hand, wellicht van Duccio. Alles, wat wij kunnen zeggen, is, dat er zonder twijfel eenige grond voor de oude traditie is, welke hem een voorname plaats gaf bij hen, die de Italiaansche schilderkunst trachtten te verlevendigen.

Wij betreden gelukkig vasteren grond, als wij bij zijn opvolger, Giotto di Bondone (1276—1337), komen. Ook bij hem moeten wij weliswaar veel, wat tot het gebied der legenden behoort, op zijde zetten, voornamelijk de legende, die ontstaan is over zijn vermeende betrekking tot Cimabue.

Een aardig en zeer verbreid verhaal vertelt, dat Giotto de zoon van een boer te Vespignano, in de buurt van Florence, was; dat hij, als knaap, de kudden van zijn vader bij dit dorp weidde en dat hij daar door Cimabue ontdekt werd; deze merkte hem op, terwijl hij een van zijn lammeren met een scherpen steen op een rots teekende en daarom nam hij hem in zijn huis op.

Een ander verhaal vermeldt, dat Giotto bij een wolhandelaar in Florence in de leer werd gedaan en dat hij zijn werk in den steek het, om steeds in de; werkplaats van Cimabue rond te zwerven. Deze verhalen moeten wij echter als fabels beschouwen. Gelukkig doet het niet gelooven aan zulke legendarische omstandigheden geen afbreuk aan de waarde van Giotto's werk. Het is zeer onwaarschijnlijk, dat hij ooit een leerling van Cimabue was, aan wien hij, naar het schijnt, niets te danken had, noch

Sluiten