Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234

DE RENAISSANCE

hij, die het werk van Christus wilde verrichten, voortdurend met Hem moest leven.

Hij verbeterde of retoucheerde zijn werk nooit, maar het dit, zooals hij het eerst geschilderd had, zeggende, dat dit de wil van God was. Nooit nam hij zijn penseel op zonder te bidden en hij kon geen Kruisiging schilderen, zonder dat de tranen over zijn wangen rolden. De heiligen, die hij schilderde, zijn in gelaatsuitdrukking heiliger dan die van de andere meesters".

Deze passage drukt zoowel de bijzondere bekoring als de goed opgemerkte begrenzing van de kunst van Fra Angehco uit. Het terrein, waarop hij zich beweegt, is zeer klein; zijn blik reikt niet veel verder dan de muren van het klooster; hij heeft geen dramatisch instinct of kracht tot karakteriseering.

Maar in zijn groepen van engelen en heiligen toont hij, dat hij boven alle meesters in de schilderkunst staat en wel als schilder van het eenvoudig, kinderlijk geloof, voor eenvoudige, kinderlijke geesten.

Ondertusschen hadden de tijdsomstandigheden er toe geleid, den geest van ascetisme en van voorbereiding voor het hiernamaals, die in de beste religieuze gedachte der Middeleeuwen overheerscht had, levendig te houden. .

De toenemende corruptie in het kerkelijk Christendom en de algemeene losbandigheid der gemeenschap vervulden verscheidene sterke en ernstige zielen met een drukkend gevoel van de zondigheid der menschen en de vreesehjke zekerheid van het oordeel, dat zou volgen.

Sluiten