Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DE KUNST

247

waard waren geschilderd te worden, dan waarvan men in de scholen der filosofie gedroomd had.

De tijd was echter voor een vrije realistische kunst nog niet rijp. De schilderkunst was nog aan de Kerk onderworpen. Zij moesten daarom hun pas ontwaakte belangstelling in de dingen en de menschen om hen heen belichamen in de onderwerpen van godsdienstwetenschap en Bijbelsche geschiedenis, waarmede zij aangewezen waren te werken.

Hoewel wij ons hier niet behoeven op te houden met de ontwikkeling der techniek als zoodanig, is het desniettemin noodzakelijk op te merken, dat dit een machtige factor was, om den gezichtskring van de kunst gedurende de 15e eeuw te verruimen, en in het bijzonder voor den groei van het naturalisme. De wetenschap kwam het genie nu te hulp.

Wanneer wij opmerken, hoe beperkt een schilder als Giotto was, moeten wij nooit vergeten, hoezeer hij door onvolledige kennis en schaarschte van hulpbronnen belemmerd werd. De schilders van de volgende eeuw, hoezeer zij met hem in natuurlijke begaafdheid vergeleken kunnen worden, hadden ten minste een grooter gemak om zich uit te drukken; zij waren in staat zooveel meer te doen, dan hij had' gedaan, ook al omdat zij meer wisten en meer behoorlijke bronnen te hunner beschikking hadden.

De directe studie naar het levend model en, zooals bij mannen als Antonio Pollaiuolo (1433—1498) en Signorelli, naar het doode lichaam, was een zaak van onberekenbaar gewicht in de opvoeding van den kunstenaar voor de behandeling van menschelijke figuren;

Sluiten