Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

250

DE RENAISSANCE

geheele verandering in zijn toestand met zich. Het beteekende, dat hij niet langer op een bestelling te wachten had, of alleen kon ondernemen, wat hem was opgedragen; een doek, dat hij mee kon dragen, stelde hem in staat zijn eigen werk te maken, in zijn eigen ateher en wanneer hij den drang tot schilderen in zich voelde. Dit beteekende eveneens, dat hij een grooter en meer wisselend pubüek had, om voor te werken en dit was van invloed op de kwaliteit van zijn werk en begunstigde in hooge mate zijn voorhefde voor breedte, eclecticisme en realisme, en deed denleekengeest in kracht toenemen. Wij moeten dus wel den nadruk leggen op de opkomst van het schilderen in oheverf en, met deze, van de particulieren als koopers, als een factor van beteekenis in de verandering der kunst in de Renaissance. Een vergelijking van de gevolgen van deze en die, door de drukpers veroorzaakt, ligt te zeer voor de hand, om nader te worden uitgewerkt.

IV. De gouden eeuw der Italiaansche kunst

Wij zijn thans tot de laatste jaren der 15e eeuw genaderd en overschrijden de grens naar de 16e eeuw. Deze brengt ons de Gouden Eeuw der Italiaansche] Schilderkunst, de eeuw van Michelangelo Buonarrottü (1475—1564), Raffaelo Sanzio, of Rafaël (1483-^j 1520) en Antonio Allegri, genaamd Correggio, naar den naam van zijn geboorteplaats (1494?—1534); van de groote Venetianen, Giovanni Bellini (1428—j 1516) Giorgio Barbarelh, bekend als Giorgione (147Ö —1511) Tiziano Vicello, of Titiaan (1490?—I576)J

Sluiten