Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

276

DE RENAISSANCE

Zwitsersche partij dan aan dat van Luther en het] was hun onbuigzame geest, die een overheerschenden 1 invloed kreeg bij het bepalen der ongelukkige houding van het Protestantisme ten opzichte van de kunst.] Wij behoeven niet te veel den nadruk te leggen op uitbarstingen van fanatisme, die wij van tijd tot tijd] tegenkomen, wanneer bijv., zooals Erasmus aanj Pirkheimer schrijft, een krankzinnige bende de hand] sloeg aan de schatten der kerken in Bazel, alle schil-j deringen, die niet verwijderd konden worden, met] witkalk bestreek, alle heilige beelden verbrijzeldej en alles, wat brandbaar was, door het vuur vernietig-] de. Zulk een krankzinnigheid, beelden te vernielen,; wat vooral door Luther sterk veroordeeld werd,] was het onvermijdelijk gevolg van de booze harts-J tochten van een tijd, die, gehjk wij in een vroeger] hoofdstuk zagen, geen hoop gaf op raadgevingen toti matiging aan een van beide zijden.

Niet met deze voorbijgaande vlagen van een onbe-l redeneerde razernij moeten wij rekening houden,] maar met den invloed van een hervormd Christen-! dom op de ontwikkeling van de kunst in het algemeen.

Het Protestantisme vernietigde eigenlijk de kerkelijke kunst door de algemeene afwijzing van hetJ gebruik der schoonheid in dienst van den godsdienst!

Wij behoeven hier niet te spreken over de noodlottige gevolgen van deze verkeerde houding voor hetj Protestantisme zelf. Wij moeten alleen opmerken, dat de kunstenaars, thans van de priestercontróM bevrijd, absolute vrijheid bij de behandeling vai

1

Sluiten