Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

280

DE RENAISSANCE

weer invloed op het werk van den kunstenaar. De kunst onderging, evenals de godsdienst, de democratische invloeden, waarvan het Protestantisme aan den eenen kant oorzaak en aan den anderen kant gevolg was.

Het verschil tusschen de Contra-Reformatie en de Hervorming, in haar betrekking tot de kunst, kan men verder duidelijk maken door het contrast tusschen de twee voornaamste schilders der 17e eeuw. den Vlaming Rubens (1577—1649) en den Hollander Rembrandt (1616—1669). Deze beide groote meesters waren beiden buitengewoon ijverig, vruchtbaar en veelzijdig; beiden beheerschten bijna al de artistieke motieven, die in dien tijd mogelijk waren | zij schilderden portretten, landschappen, allegorische, geschiedkundige, godsdienstige, mythologische en maatschappelijke voorstellingen.

Maar Rubens behoorde tot de Spaansche Nederlanden, waar de geest van de Contra-Reformatie zeer sterk was, en van dezen geest is hij in zijn godsdienstige vooretellingen de schitterendste vertolker. Ruskin spreekt over hem als een man zonder eenige merkbare sporen van een ziel. Het gebrek aan ziel, de afwezigheid van werkelijk geestelijken aard, is een duidelijke karaktertrek in zijn werk.

Hij bereikt een wonderbaar effect, doch slechts met veel bloemrijkheid en opgeschroefd gevoel.

Zijn schilderijen van godsdienstige onderwerpen zijn inderdaad dikwijls vulgair, niet vanwege triviale opvatting, of door invoering van alledaagsche details, maar omdat zij al te nadrukkelijk en theatraal

Sluiten