Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

298

DE RENAISSANCE

In de voorafgaande hoofdstukken vond ik reeds enkele malen gelegenheid op een van de grootste schrijvers van de Renaissance te wijzen, n.1. op den Fransehen essayist Montaigne, dien ik beschreven heb als „de echte incarnatie van den lust tot onderzoek van zijn tijd". Typisch in deze beteekenis, is hij dit eveneens door de absoluut persoonlijke hoedanigheid van zijn werk en indien ik nog een oogenblik tot dit punt terugkeer, is dit niet zoozeer, omdat hij, volgens de algemeene opvatting, het typische voorbeeld van zelfgenoegzaamheid was, dan wel omdat het van gewicht is, dat wij de werkelijke natuur en den invloed van die zelfgenoegzaamheid begrijpen.

Meer dan een ander van zijn tijdgenooten, yereenigde hij in zich de twee soorten van individualisme, die wij besproken hebben, n.1. een zeer groote belangstelling in zich zelf en een zeer groote belangstelling in alles, wat met den mensch in verband staat. Individualisme is de grondtoon van zijn „Essais". Uitermate met zichzelf ingenomen, is hij voor zichzelf de spil van een universum van oneindige wisseling en onuitputtelijke bekoring. „Ik ben het zelf, dien ik afschilder", „ik zie in mijn binnenste en houd mij alleen op met mij zelf"; „mijn boek is van denzelfden aard als zijn schrijver"; „mijn boek en ik loopen samen en wij houden denzelfden pas"; „iedereen kan mij uit mijn boek kennen"; in dergelijke termen verklaart hij openlijk zijn voortdurende vooringenomenheid met zichzelf, zijn eigen leven, . karakter, ondervindingen, neigingen en meeningen.

Sluiten