Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

300

DE RENAISSANCE

en buigzamen geest, die zichzelf ten allen tijde vrijheid van handelen toestond. Toch was zulk een vooringenomenheid met zichzelf en zijn eigen levensgedrag, zooals ik opgemerkt heb, slechts één kant van Montaigne's individualisme. De andere zijde ervan kan men vinden in zijn sterk contact met de wereld, in de begeerte, waarmede hij het leven in alle richtingen onderzocht, in zijn onverzadighjke nieuwsgierigheid, in zijn verdraagzaamheid en zijn veelomvattende sympathie. Om een woord van hem zelf te gebruiken (van Terentius afkomstig), hij was een mensch en niets menschelijks was hem vreemd. Vandaar zijn genoegen, om bij „verscheidenheid" te blijven stilstaan „als de meest constante eigenschap in de natuur van den mensch"; vandaar zijn reislust, zijn voorliefde voor de geschiedenis, die hij op een wonderbaarlijk moderne wijze bestudeerde als de „natuurlijke historie" der menschheid.

Het is niet paradoxaal te zeggen, dat zijn belangstelling voor zichzelf in den grond een belangstelling voor zichzelf als onderdeel der menschheid was. Zijn opstand tegen gezag en tegen de doode hand van het verleden was een andere uitclrukking van het individualisme, dat den voornaamsten grondslag van het geheele leven en alle gedachten van dezen „eersten modernen man" vormde.

IV. De wedergeboorte der klassieken en de literatuur

Toen wij de neigingen tot bevrijding bij het humanisme bespraken, zagen wij, hoezeer de verbrei-

Sluiten