Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij het tot stand komen der H. S. vervult de mensch een zeer ondergeschikte rol; God gebruikt hem om op te schrijven het Woord, Hij gebruikt hem als een machine; de mensch is de geïnspireerde, en zoo spreken wij van de mechanische inspiratie, hetgeen dus zeggen wil: zonder bewuste geesteswerkzaamheid heeft de mensch woorden en zinnen neergeschreven, zij zijn openbaring, zij zijn dus feilloos. De mensch zou kunnen falen, God niet. En die feil-loosheid geldt tot zelfs de letter. De openbaring geldt voor verleden, heden en toekomst. Er na kan niets meer komen. Wij hebben de eenmaal geopenbaarde waarheid tot in alle eeuwigheid. Ziehier het algemeene. Maar naast dit algemeene heeft het bijzondere onze aandacht, daar er nog heel wat schakeering is in het Christendom, ook op het punt van de bijbelbeschouwing. Het jonge Christendom ontwikkelde zich spoedig tot de Katholieke Kerk. Al groeiende bracht zij orde in de geloofsvoorstellingen, zij gaf de ware leer, veroordeelde wat als ketterij door haar werd beschouwd. Zij bracht ook ons Nieuwe Testament tot stand, gelijk de Joden eenmaal hun H. S. samenstelden, deed de kerk het met die der Christenheid. En evenzeer onder veel strijd en discussie; scherp stonden Oosten en Westen hierin tegenover elkaar. Maar omstreeks 400 n. Chr. bestond ons N. T. in de gedaante waarin wij het nog heden ten dage bezitten. Het gezag van de vier Evangeliën enz. stond vast.

Hoe staat de kerk nu tegenover den Bijbel? Een

14

Sluiten