Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Vrijzinnig Protestantisme was en is een veelheid: tusschen de genoemde stroomingen door kwamen weer anderen, die zich wijsgeerig schaarden om Hegel, den redelijken zin van alle oude leerstukken zagen, die zij symbolisch, allegorisch interpreteerden; nog weer anderen werden NeoKantianen of zochten naar een verzoening van Marxistische en Kantiaansche wijsbegeerte, om met aanvaarding van oeconomische noodwendigheid den categorischen imperatief te voelen als de drijfveer van het leven. Zij werden de historische idealisten. Schakeering is er in het Vrijz. Protestantisme overal: er leeft een neiging te zien naar Oostersche wijsheid, theosofische leeringen trekken, pantheïstische elementen doortrekken veler religie. Er zijn er die vooral psychologisch gericht zijn en er zijn er die vooral aesthetisch gericht zijn. Er zijn er die bovenal vechten voor maatschappelijke idealen, het oog gericht houden op de schoone toekomst, er zijn er die minder vooruitstrevend willen conserveeren.

Van een bonte veelheid kan gesproken worden, inderdaad. Dat is de zuiverheid en de veelzijdigheid van het Vrijzinnig Protestantisme, dat er geen leven is dat in zijn kringen geen weerklank vindt. Dat is zijn openheid. Men kan dit verschillend waardeeren, van dogmatische zijde zal het verwijt komen van gebrek aan eenheid, aan grondslag, het verwijt van aanpassing aan de wereld. Wie vrijzinnig-Protestantsch voelt zal juist in die veelheid den rijkdom voelen, al blijft hij hopen op grootere

68

Sluiten