Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schap in tegenspraak zou wezen met de religieuze gedachte op zichzelve; in waarheid heeft zij ons alvast opnieuw diep in het mysterie, midden in het oneindige, gebracht. Als in zijne rede „De Eenheid der Wetenschap" prof. W. de Sitter over de mateloosheid van zonnestelsels en sterrestelsels heeft gesproken, bij millioenen van lichtjaren niet gepeild, dan roept hij uit: „duizeling bevangt mijn hart", en hij eindigt met de woorden:

„Zeker, wij trachten de afstanden tusschen de sterren in getallen te vangen. En niet slechts hun afstanden, maar hun kleur, hun grootte en heel hun innerlijk wezen, en de wetten en gebruiken van de gemeenschap die zij vormen. Doch die getallen zijn niet ons einddoel. Het getal, beter gezegd de wiskunde, die meest volmaakte en meest onmaterieele schepping van den menschelijken geest, is ons het middel waardoor wij hopen ons hoe langer hoe meer te bevrijden van de beperkingen ons door onze menschelijke onvolmaaktheid en materieele gebondenheid opgelegd, de trap waarlangs wij hopen op te klimmen tot steeds zuiverder, steeds vrijer en onbevangener aanschouwing van het voor altijd onbereikbare wonder."

Waarbij wij intusschen niet bedoelen dat wij de godsdienstige gedachte zouden willen laten wonen in de schuilhoeken van het onbekende en het voor de wetenschap vooralsnog verborgene, maar veeleer haar in verband te brengen met het wonder

73

Sluiten