Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zuchten op Loevestein en Oldenbarneveldt bloeden op het Binnenhof; ruim tweehonderd nietdordtsgezinde predikanten verloren in 1620 hun ambt, van wie ongeveer tachtig een banvonnis kregen. En de leer werd nog eenmaal nadrukkelijk vastgesteld in „de Dordtsche leerregelen" waarin de dwalingen der Remonstranten werden veroordeeld; de Nederlandsche Hervormde Kerk zou voortaan eens-voor-al in orde en belijdenis eene Calvinistische zijn.

Zij is dat intusschen niet gebleven. Weldra kwamen weer meer verdraagzame opvattingen en vrijere stroomingen op. Bij den feilen strijd tusschen Voetianen en Coccejanen hadden de eersten niet meer de macht de laatsten uit de kerk te dringen. In de achttiende eeuw nam de verdraagzaamheid toe; wel bleven de aangenomen formulieren met officieelen eerbied behandeld, maar de verdedigers der strenge Dordtsche belijdenis vonden weinig instemming meer; in toongevende kringen las men Voltaire en Rousseau, de godgeleerde studie ging vrijere banen. De Fransche tijd eischte scheiding van kerk en staat en gelijk recht voor de verschillende kerkgenootschappen, en in 1816 gaf koning Willem I aan de kerk een nieuw reglement, dat niet geheel zonder weerspraak, maar toch vrij algemeen werd aanvaard. In dat nieuwe reglement werd nog steeds gesproken van de „handhaving der leer", maar de kerkelijke wetgever verklaarde nadrukkelijk dat hij niet bedoelde de vrijheid des gewetens aan banden te leggen, hij wilde de be-

102

Sluiten