Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ginselen van het echte Protestantisme volgen en „deze vorderen standvastig vrijheid van godsdienst en geweten" en kennen aan geen macht ter wereld, „het minste gezag toe over leer en geloof'. De Synode, zoo werd verklaard, „wordt thans niet opgeroepen om leerstellige geschillen te beslissen, maar om de kerk te besturen"; wel moeten de kerkelij ke besturen de leer handhaven, maar zij moeten dat doen door „het vaststellen van inrichtingen, geschikt om den waren christelijken geest in leeraars te versterken door de vermeerdering van godsdienstige kennis."

Niet allen waren met deze ruime opvatting tevreden, vertoornd over zooveel afwijking van de ware leer verlieten straks Afgescheidenen en Doleerenden de Hervormde kerk. Maar de vrijheid ging onweerstaanbaar voort; op de „Groninger richting", die de bijbelopvatting en de geloofsleer der orthodoxie verwierp: het oude Testament is ver van eene christelijke openbaring, de dood van Christus op te vatten als een voldoening aan Gods gerechtigheid is een onevangelisch leerstuk — volgden in het midden van de negentiende eeuw de modernen ; zij aanvaardden, geleid door Scholten, Opzoomer, Kuenen en vele anderen, zonder voorbehoud de resultaten van de moderne natuur-, geschiedenis- en godsdienstwetenschap; zij onderzochten zonder terughouding met hunne Bijbelcritiek de overgeleverde schriften als een deel der oud-Joodsche en oud-Christelijke wereldliteratuur; zij trachtten in eene meer geestelijke Gods-

103

Sluiten