Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schapsideaai onze harten en gewetens ontroert en beweegt. Wij willen de nieuwe maatschappij als een gemeenschap van den arbeid en den eerbied, met brood voor allen, maar ook met den beker van den geest voor allen; wij willen haar als het huis, maar ook als den tempel der menschheid, vol van de heerlijkheid en de heerschappij der geestelijke waarheid: in hare grondslagen van recht en vrede, in eene voortschrijdende klaarheid van wetenschap en wijsbegeerte, in eene monumentale kunst, in den ernst en de wijding van eene zedelijke religie, in den adel van eene waarachtige humaniteit. En hier zijn wij immers, bij alle verschil van inzicht, ook bij het groote doel terug dat ons als Vrijzinnige Protestanten vereenigt en vereenigen moge: het ideaal van het Godsrijk, dat als opperste wet geldt ook voor de maatschappij; dat met zijne beginselen van waarheid, gerechtigheid en liefde drijft naar een hoogere wereldharmonie, de harmonie van de gemeenschapsgedachte en de persoonlijkheidsgedachte tegelijk. Wat wij van het eeuwige ervaren in het innerlijke, dat roept ons allen naar beste weten en geweten ook tot een groot en heilig wereldwerk; zijn wij daaraan trouw, dan maken wij het dichterwoord tot waarheid:

„Zoo vervullen wij in het openbare wat eeuwen her bereid werd in het bekken der stil-schemerende tempel-gewelven."

133

Sluiten