Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11

Hfdst. VIII § 3

De eisen, dat om als huisonderwijs aangemerkt te kunnen worden, het onderwijs in de woning van het hoofd van een dier gezinnen moet gegeven worden, welke de wet van 1878 stelde, is uit de wet verdwenen.

Lager onderwijs, gezamenlijk gegeven aan kinderen van meer dan drie gezinnen is dus steeds schoolonderwijs; zoo ook onderwijs gezamenlijk gegeven aan kinderen van een, twee of drie gezinnen in een der genoemde gebouwen. Wordt het onderwijs niet gezamenlijk gegeven, maar aan één land afzonderlijk dan is het huisonderwijs ook al wordt het gegeven in een dezer gebouwen.

De wet geeft geen definitie van lager onderwijs. Een der voornaamste kenmerken om te beslissen of men al of niet met lager onderwijs te doen heeft, vindt men in de vakken, welke onderwezen worden.

In art. 2 worden de vakken genoemd, welke de wet tot het lager onderwijs rekent en wel onder litt. a—k die, welke aan elke lagere school moeten onderwezen worden en onder de letters l—u de vakken, in welke bovendien aan de lagere scholen onderwijs kan gegeven worden. De bedoelde vakken zijn: a. lezen; 6. schrijven; c. rekenen; d. Nederlandsche taal; e. vaderlandsche geschiedenis; ƒ. aardrijkskunde; g. kennis der natuur; h. zingen; i. teekenen; j. lichamelijke oefening; k- nuttige handwerken voor meisjes; l. Fransche taal; m. Duitsche taal; n. Engelse he taal; o. wiskunde; p. handelskennis; q. algemeene geschiedenis; r. handenarbeid; s. landbouwkunde; t. tuinbouwkunde; u. fraaie handwerken voor meisjes.

In art. 2 worden eerst de vakken genoemd, welke verplichtend zijn voor de lagere scholen en vervolgens die, in welke bovendien onderwijs kan gegeven worden. Dit moet noodzakelijk tot de conclusie leiden, dat geen andere vakken dan de in art. 2 genoemde op een lagere school kunnen onderwezen worden. Als nog andere dan de daar genoemde vakken onderwezen konden worden, waartoe diende dan de opsomming van de facultatieve vakken. Officieel is echter een ander standpunt ingenomen. In I9001) werd door den minister van binnenlandsche zaken te kennen gegeven, dat art. 2 der wet tot regeling van het lager onderwijs niet absoluut uitsluit de bevoegdheid der gemeente om ook andere leervakken dan de daar genoemde (bijv. handenarbeid, koken enz.) onder het lager onderwijs op te nemen. Genoemd artikel omschrijft volgens den minister slechts den kring van die vakken, welke des noodig bevonden wordende voor de gemeente ingevolge art. 18 (thans 22) der wet verplichtend kunnen worden gemaakt. Mocht een in art. 2 niet genoemd vak onder geen enkele voorwaarde op een openbare lagere school onderwezen kunnen worden dan zou het, zoo

De vakken van het algemeen vormend lager onderwijs.

l) Vergelijk weekblad burg. adm. no. 2681.

Sluiten