Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 3

16

Het vervolgonderwijs.

een bepaalde school uit slechts zes achtereenvolgende leerjaren te doen

bestaan. ........

Voor het uitbreiden van de scholen tot een zevenjarigen leertijd is bij art. 203 een overgangstijd gegeven. Dit artikel luidt: „De vergoeding van het rijk aan de gemeenten, bedoeld in artikel 56, en de vergoeding van het rijk en de gemeenten aan de besturen der scholen voor gewoon lager onderwijs, bedoeld in artikel 97 % eerste lid, en artikel 101, eerste lid1), worden over de jaren 1922 tot en met 1924 uitbetaald ook indien de scholen, waarvoor niet de vergunning is verleend, bedoeld in het tweede lid van artikel 3, minder dan zeven achtereenvolgende leerjaren tellen.

De gemeentebesturen en de schoolbesturen hebben hierdoor tijdruimte om de scholen tot den zevenjarigen leertijd uit te breiden.

De verplichting om den leertijd tot zeven jaar uit te breiden bestaat van de invoering der wet af, doch door de bepaling van art. 203 is vastgelegd, dat het geen nadeelige financieele gevolgen voor gemeenten en schoolbesturen heeft, als aan die verplichting maar voldaan is, uiterlijk op 31 December 19242).

Het vervolgonderwijs werd in de wet vanl 878herhalingsonderwijsgenoemd. Het is, voor zoover het geheel of gedeeltelijk uit openbare kassen wordt bekostigd, het onderwijs, gegeven gedurende ten minste twee achtereenvolgende leerjaren, aan hen, die de lagere school hebben verlaten en niet meer voor die school leerplichtig zijn, een en ander volgens regelen, bij artikel 21 8) gesteld.

De opsomming van het vervolgonderwijs in de onderscheidingen van het schoolonderwijs is een gevolg van een door den minister overgenomen amendement, ingediend door den heer Ketelaar. Deze merkte bij de mondelinge toelichting van zijn amendement op, dat hij er prijs op stelde, dat het vervolgonderwijs méde genoemd werd onder de soorten van onderwijs, in dit artikel vermeld. „Ik weet wel", zoo zeide hij, „dat in het stelsel van den minister het vervolgonderwijs niet verplichtend is gesteld, maar evenmin is dit het geval met het u. 1. o. en toch wordt het genoemd in dit artikel. Nu is het vervolgonderwijs geen gewoon lager onderwijs, want volgens art. 17 (thans 21) kunnen daarbij onderwezen worden ten minste twee vakken van het gewoon lager onderwijs en twee andere willekeurige vakken, die niet in deze wet genoemd behoeven te zijn. Het vervolgonderwijs is dus een

!) Zie de paragraaf van (Kt hoofdstuk, waar gehandeld wordt over de uitgaven voor het bijzonder

kon. besluit van 12 November 1920. no. 88. Nederlandsche staatscourant van 17 November 1920, no. 224, is vergund, dat in 1921 het gewoon lager onderwijs minder dan zeven achtereenvolgende leerjaren zal omvatten. ... .. .

3) Zie de paragraaf van dit hoofdstuk, handelende over het vervolgonderwijs.

Sluiten