Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 3

18

Afwijking voor het gewoon en uitgebreid lager onderwijs van de normale schoolinrichting.

Het buiten gewoon lag onderwijs.

het invoeren van het nieuwe vak / „lichamelijke oefening" is er reeds op gewezen, dat de bij het inwerkingtreden van de nieuwe wet bestaande scholen voor uitgebreid lager onderwijs en voor meer uitgebreid lager onderwijs, als bedoeld in het derde en het vierde lid van art. Ibis der wet van 1878 nog tot 1 Januari 1926 ingericht mogen zijn overeenkomstig de in die wetsbepalingen gestelde regels.

Het derde lid van art. 193 der wet van 1920 breidt dit nog uit door te bepalen, dat in buitengewone gevallen bij koninklijk besluit, den onderwijsraad gehoord, voor een bepaalden tijd kan worden toegestaan, dat na het verstrijken van dezen termijn de bedoelde scholen voor meer uitgebreid lager onderwijs blijven ingericht op den voet van artikel 2bis, vierde lid, der wet van 1878.

Deze bevoegdheid is gegeven om te voorzien in het geval, dat scholen voor meer uitgebreid lager onderwijs, die een leertijd omvatten van meer dan drie achtereenvolgende leerjaren, niet binnen den gestelden termijn kunnen gereorganiseerd zijn tot scholen voor uitgebreid lager onderwijs overeenkomstig art. 3, vierde lid, der tegenwoordige wet1).

Om het mogelijk te maken, dat nieuwe denkbeelden op paedagogisch gebied aan de praktijk zullen kunnen worden getoetst, is het onvermijdelijk, dat voor bepaalde scholen de belemmeringen worden weggenomen, welke de regelen voor de normale schoolinrichting daarbij in den weg leggen. Daar de minister met velen overtuigd was van de wenschelijkheid, dat aldus de gelegenheid wordt gegeven tot het in toepassing brengen van nieuwe opvattingen, is een nieuw vierde lid aan artikel 25 en een nieuw zesde lid aan artikel 90 toegevoegd 2).

De bedoelde wetsbepalingen houden in, dat bij koninklijk besluit, den onderwijsraad gehoord, vergunning kan verleend worden, dat ten behoeve van de bijzondere inrichting van het onderwijs aan een school of een groep van scholen wordt afgeweken van het bepaalde omtrent de inrichting van het leerplan en in verband daarmede van het bepaalde in het eerste lid van artikel 2 en in het tweede en vierde lid van artikel 3, welke hiervoren besproken zijn.

Omtrent het buitengewoon lager onderwijs zegt het laatste lid van art. 5, " dat het wordt gegeven in scholen, bestemd voor kinderen, die wegens ziels- of lichaamsgebreken of uit maatschappelijke oorzaak niet in staat zijn geregeld en met vrucht het gewone onderwijs te volgen of wier gedrag het noodzakelijk maakt hun buitengewoon onderwijs te doen geven.

De wetgever heeft hier behalve aan lichamelijk en geestelijk misdeelde

!) Vergelijk de memorie van antwoord, tweede kamer. 2) Memorie van antwoord, tweede kamer.

Sluiten