Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 3

20

Het beroep or. den Koning.

Regels voor den bouw e de inricht.n der schoollokalen.

bij gedeputeerde staten in beroep gekomen zijn, ontvangen bij geadviseerden dienstbrief schriftelijke mededeeling van de beslissing van dat college. Ieder, die bij deze beslissing partij is geweest, kan daar tegen binnen dertig vrije dagen in beroep komen bij den Koning. Bij verzuim van dezen termijn wordt het beroep niet ontvankelijk verklaard. Hangende de termijnen van beroep en tot aan de eindbeslissing kan de school in gebruik blijven, tenzij de inspecteur van de volksgezondheid op grond van dringende redenen, in zijn verklaring uitdrukkelijk te vermelden, anders beveelt. Alsdan en ook als van de uitspraak van den inspecteur niet in beroep gekomen is, wordt het onderwijs gestaakt tot de inspecteur in hooger beroep in het ongelijk is gesteld, of totdat hij verklaard heeft, dat het lokaal genoegzaam is verbeterd of het getal kinderen voldoende is beperkt.

Volgens art: 189 zijn scholen, waarin geen kinderen boven de zes jaar worden toegelaten en geen ander dan voorbereidend onderwijs wordt gegeven (de bewaarscholen) ook onderworpen aan deze voorschriften van

art. 7 der wet. . .

Dat het beroep op de Kroon hier slechts gegeven is aan ieder, die bij de beslissing partij is geweest, is een afwijking van den algemeenen regel daarvoor bij art. 17 gesteld, volgens welke bepaling aan ieder, die belang heeft bij de vernietiging of ae verbetering van een krachtens de lageronderwijswet 1920 door gedeputeerde staten genomen besluit daarvan bij den Koning in beroep kan komen. Ook dit beroep moet worden ingesteld binnen dertig vrije dagen, te rekenen van den dag, waarop het besluit openbaar gemaakt of den belanghebbende toegezonden is.

Bij meerdere koninklijke besluiten is beslist, dat „belang te verstaan is als „eigen persoonlijk belang", zoodat een onderwijzersvereeniging niet ontvankelijk is in zijn beroep de belangen van een bepaald onderwijzer betreffende In de memorie van antwoord werd te kennen gegeven, dat onder „belanghebbenden" ook niet het gemeentebestuur begrepen is. Beroep van zijn niet door gedeputeerde staten goedgekeurde besluiten heeft de raad echter krachtens art. 200 der gemeentewet2).

Bij algemeenen maatregel van bestuur moeten tot uitvoering van art. 6 n der wet, zoowel in het belang van de gezondheid als van het onderwijs, g algemeene regelen vastgesteld worden omtrent den bouw en de inrichting der lokalen, waarin lager schoolonderwijs gegeven wordt, voor zoover de scholen, waartoe die lokalen behooren, geheel of gedeeltelijk uit openbare kassen worden onderhouden, en omtrent de inrichting der terreinen voor

1) Zie de koninklijke besluiten van 3 Februari 1915 en 9 Mei 1917.

2) Zie voor dit artikel het eerste deel.

Sluiten