Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29

Hfdst. VIII § 4

arbeid) aan een school voor gewoon of buitengewoon lager onderwijs en aan een cursus voor vervolgonderwijs;

2°. onderwijs in de vakken in art. 2 vermeld onder a tot en met j, o, q en r (niet nuttige handwerken voor meisjes, Fransche, Duitsche en Engelsche taal), aan een school voor uitgebreid lager onderwijs en

3°. huisonderwijs in de vakken in art. 2 vermeld onder a tot en met j, l tot en met o, q en r, zijnde dezelfde vakken als onder 1 °. vermeld.

De minister achtte volgens de memorie van toelichting de volledige bevoegdheid niet noodig voor het geven van onderwijs in alle klassen der lagere school. Met name wenschte hij hier een uitzondering te maken voor de beide laagste leerjaren. Deze uitzondering steunt op het verband, dat naar zijn meening moet gelegd worden tusschen het bewaarschoolonderwijs en het onderwijs gedurende de eerste twee leerjaren der gewone lagere school. Er bestaat tusschen die beide leerperioden een innerlijke gelijksoortigheid, die vooral een gevolg is van de psychologische en physiologische eigenaardigheden van de kinderen, die in dat tijdvak het onderwijs volgen. Alle onderwijsmannen erkennen tegenwoordig op grond daarvan den nauwen samenhang tusschen die beide deelen van het onderwijs. En al is het dan ook niet mogelijk, overal en steeds het bewaarschoolonderwijs aan het onderwijs op de gewone lagere school te doen voorafgaan, de wenschelijkheid daarvan dient in elk geval uitdrukking te vinden in de wet en maatregelen ter bevordering van dien samenhang behooren te worden genomen. Dit kan geschieden door gelijke bevoegdheid te eischen en voldoende te achten voor het onderwijs, te geven aan kinderen van hun vierde tot hun achtste levensjaar.

Deze bevoegdheid moet dan uiteraard een zijn, die minder breede opleiding vereischt dan die voor het geven van onderwijs in de hoogere klassen der lagere school wordt gevraagd.

De akte van bekwaamheid A als onderwijzeres voor de laagste klassen verleent bevoegdheid tot het geven van:

1 °. onderwijs in de laagste twee leerjaren eener school voor gewoon lager onderwijs in de vakken in art. 2 vermeld onder a tot en met j (niet £) en r ;

2°. huisonderwijs in deze vakken;

3°. onderwijs in het derde leerjaar aan scholen met twee leerkrachten.

In de memorie van toelichting merkte de minister op, dat van den onderwijzer en opvoeder der jeugd mag verlangd worden, dat hij dagelijks voorkomende woorden en spreekwijzen aan een vreemde taal ontleend, begrijpt en bij zijn onderwijs kan verklaren, toch schenkt deze algemeene eisch volstrekt geen voldoende waarborgen, dat hij nu ook als leeraar in die

De akte van bekwaamheid A als onderwijzeres voor de laagste twee leerjaren.

De akte van bekwaamheid voor schooien huisonderwijs ook voor u. 1. o.

Sluiten