Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 5

44

Leerplan en rooster van lesuren.

Het gods-

dienstonder-

wijs.

wijzers. Na kennisneming van de voorstellen en meeningen der vergadering ontwerpt de commissie een regeling. Deze ontwerp-regeling wordt aan het hoofd van elke school toegezonden, die haar met de gezamenlijke onderwijzers dier school bespreekt.

In een samenkomst van de hoofden der scholen, waarvoor de regeling zal werken, wordt een eindregeling ontworpen, welke zij met vermelding van de afwijkende meeningen en voorstellen van hen en van de onderwijzers, aan burgemeester en wethouders zenden.

Burgemeester en wethouders stellen de regeling vast in overeenstemming met den inspecteur.

Vooral omdat dergelijke bepalingen voor het bijzonder onderwijs reeds golden, heeft men het tweede en het vierde lid van art. 25 betreffende een omschrijving van het leerplan en een verplichting met betrekking tot den rooster van lesuren in de wet opgenomen.

Het leerplan geeft den omvang van het onderwijs aan en de verdeeling van de leerstof over de klassen. Het moet voorts het aantal uren aanwijzen dat besteed zal worden aan elk vak afzonderlijk, alsmede het aantal leerjaren voor elk vak, en de verdeeling der leerstof over de verschillende leerjaren, opdat een voldoend en regelmatig voortschrijdend onderwijs in die leervakken wordt verkregen.

In elk schoolvertrek wordt de rooster van lesuren voor de m dat vertrek geplaatste klasse, waarop tevens de feestdagen en vacantietijden zijn vermeld, op een zichtbare plaats opgehangen.

Bij de regeling der schooltijden wordt door het vrij geven van uitdrukkelijk in de regeling genoemde uren gezorgd, dat de schoolgaande kinderen m de schoollokalen of elders godsdienstonderwijs van de godsdienstleeraren kunnen genieten. De voor het godsdienstonderwijs bestemde uren vallen binnen de schooltijden en worden voor elke school vastgesteld m overeenstemming met den door de kerkelijke gemeente of de plaatselijke kerk voor die school aangewezen godsdienstleeraar, of met die kerkelijke gemeente of plaatselijke kerk zelve, welke den godsdienstleeraar voor dit doel aanwijst. (Art. 26, eerste lid, der wet.)

Deze uren komen dus op den lesrooster voor en de godsdienstleeraren hebben met betrekking tot het bepalen van deze uren evenveel rechten als de inspecteur en burgemeester en wethouders, die de regeling van de schooltijden hebben vast te stellen.

In de memorie van antwoord, eerste kamer, is nog aangeteekend, dat de godsdienstleeraren geen deel uitmaken van het personeel der openbare lagere school. Er is geen enkele bepaling in de wet aan te wijzen, die voor de meening, dat dit wel het geval is, grond oplevert. De godsdienstleeraar

Sluiten