Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het constateeren dat e geen voordracht van drie bevoegden kan op gemaakt worden.

Hfdst. VIII § 6 54

men bedoeld zij, die de hierboven genoemde stukken hebben overgelegd opgemaakt door burgemeester en wethouders in overeenstemmmg met den

"rTSrijn in deze bepaling van het tweede lid van art. 36 der wet twee uitdrukkingen ingelascht, waarop de aandacht dient gevestigd te wordem Er is nu sprake van een voordracht van zoo mogelnk ten mmste drie bevoegden; de woorden „zoo mogelijk" ontbraken m de wet van 18 8. Er gold toen de leer, dat als zich slechts 1 of 2 bevoegden aanmeldden dan volgens de verklaring van den minister in 1878 m de tweede kame afgelegd de natuurlijke rechtsregel zal gelden, dat het onmogelijke met geëischt kan worden. Het is onmogelijk de menschen te dingen om te solhciteeren. De voordracht zal dan slechts u,t een of twee candidaten bestaan. Men was toen al van gevoelen, dat men de uitdrukking „mm tens drie bevoegden" niet zoo streng mag opvatten, dat men tot de conclusie fou komTn, dat men ook het onmogelijke gewild heeft; dit is thans door de inlassching van de bedoelde woorden mtdrukkehjk vas^elegd_ Door de artt. 1 en 2 van het koninklijk beshut van 31 December 1920 ' (st bl no. 950) !) is voor de praktijk uitgewerkt, in welk geval men kan zeggen, dat het niet mogelijk is een voordracht van drie bevoegden op te maken Men vindt daar voorgeschreven, dat bij het ontstaan van elke vacature van ' hoofd der school een oproeping kan worden gedaan van bevoegden om rich als sollicitanten aan te melden. Gebiedend voorgeschreven is het doen van een oproeping niet. Deze oproeping geschiedt door burgemeester en wethouders. Beperkende voorwaarden m de oproepmg kunnen alleen gesteld worden ten aanzien van leeftijd, diensttijd en vroegeren werkknng en slechts dan, wanneer daaromtrent tusschen burgemeester en wethouder 2 denTnspecieur overeenstemming is verkregen. De oproepmg vermeldt n welke Z vakken, bedoeld in art. 2 der lager-ondervnjswet 1920 onde. wijs wordt gegeven, en binnen welken termijn de sollicitanten z.ch^schnfte- lijk moeten aanmelden bij het gemeentebestuur met overlegging der stokken volgens de wet vereischt tot bewijs hunner bevoegdheid en verder voor zooveel noodig tot bewijs, dat zij voldoen aan de in de oproeping

gestelde eischen. .

Terstond na het verstrijken van dien termnn zenden burgemeester en wethouders de ingekomen stukken aan den inspecteur. De inspecteur^zendt de lijst dergenen, die als sollicitanten kunnen worden !*n^^ zij door hem is vastgesteld, aan burgemeester en wethouders. Indien de lijst minder dan drie personen bevat, heeft een herhaalde oproeping plaats,

x) Zie hieronder.

54

Sluiten