Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

57

Hfdst. VIII § 6

Ide wet van 1878 en dit is zeker zoo onder de tegenwoordige wet nu de woorden „in overleg" veranderd zijn in „na overleg". Door de bepaling, dat ook bericht door de gezamenlijke hoofden of door een commissie uit hen ingediend kan worden, heeft de lijst'van benoembaren, welke het gewoonte was in de groote gemeenten op te maken, een wettelijke sanctie gekregen, doch ook bij benoeming uit zoodanige lijst wordt een onderwijzer aan een bepaalde school benoemdx). Dit is bij behandeling van deze zaak in de tweede kamer in 1920 duidelijk gebleken. In het tiende lid van art. 36 is nog uitdrukkelijk bepaald, dat uit een op deze wijze opgemaakte voordracht voor twee of meer scholen gezamenlijk m een gemeente ook reserveonderwijzers en vak-onderwijzers benoemd kunnen worden.

De bepaling van het laatste lid van art. 36, dat de onderwijzers, verbonden aan de scholen, uitsluitend door het rijk bekostigd, door den minister worden benoemd, ziet zoowel op de hoofden dier scholen, als op de andere onderwijzers.

„In gemeenten, waar meer dan één openbare lagere school bestaat, kan I de onderwijzer, aan het hoofd der eene geplaatst, aan het hoofd der andere worden gesteld zonder voordracht, indien de gemeenteraad na overleg met den inspecteur hiertoe besluit", zegt het zevende lid van art. 36. In 1889 gaf de regeering in de memorie van beantwoording op het ontwerp tot wijziging der wet met betrekking tot deze wetsbepaling te kennen, dat de wet den raad niet verbiedt, na overleg met den districtsschoolopziener, het hoofd eener school naar een andere school in die gemeente te verx plaatsen, ook dan wanneer die onderwijzer de overplaatsing verlangt noch goedkeurt.

Wat onder de wet van 1878 alleen gold voor de hoofden der scholen, geldt thans ook voor de andere onderwijzers, zoodat in gemeenten, waar meer dan een school bestaat, de gemeenteraad na overleg met den inspecteur de onderwijzers van de eene school naar de andere kan overplaatsen.

Hoofden en onderwijzers, verbonden aan rijksscholen kunnen door den minister worden overgeplaatst, zonder dat daarvoor overleg met het schoolI toezicht gebiedend voorgeschreven is en zonder dat deze bevoegdheid tot ! scholen in dezelfde gemeente beperkt blijft.

In de wet van 1878 was de rechtspositie der openbare onderwijzers [.. feitelijk in het geheel niet geregeld. Bij eenig vergrijp bestond wettelijk I slechts de keuze tusschen straffeloos laten of wel ongevraagd ontslag geven. ,

) De onderwijzers kunnen echter thans ook tegen hun wil van de eene school naar de andere 1 worden overgeplaatst; zie hieronder.

Overplaatsing van de eene school naar de andere.

De straffen,

iie aan de

onderwijzers

jpgelegd

kunnen

worden.

Sluiten