Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H

D

| k b

01

z: v

o r s

(

Ontzegging van den toegang tot de school aan een onderwijzer.

Het ontslag der onderwijzers door -den

gemeenteraad

rlFDST. VIII § 6 58

De schorsing, welke die wet ook kende, was niet als straf bedoeld % Als de wet tot regeling van den rechtstoestand der ambtenaren tot stand gekomen zal zijn, zullen daaronder ook de onderwijzers vallen, zoodat de Langen der lager-onderwijswet 1920 betreffende rechtstoestand d. onvers slechts een voorloopig karakter dragen. De ruimster heeft zich daarom bij de behandeling der wet tegen elke pnncipieele beshssmg

lichtere straffen kunnen door burgemeester en wethouders worden opgelegd; het zijn: a. waarschuwing; b. schorsing voor ten hoogste een maand met of zonder behoud van jaarwedde. Van het beslmt tot schorsing staat beroep open op gedeputeerde staten, welk beroep moet^ worden ingesteld binnen tien vrije dagen, te rekenen yan den dag, waarop het besluit bij te adviseeren dienstbrief aan den beWhebbende ts ^gezonden. Gedeputeerde staten beslissen, den onderwijsraad gehoord. (Art. 37.)

Als schorsing noodzakelijk is en burgemeester en wethouders gaan daartoe niet over, dan kan de schorsing ook op voordracht van den inspecteur door gedeputeerde staten worden uitgesproken. (Art. 40.) 8 Schorsing van onderwfcers, verbonden aan scholen uitend door het rijk bekostigd, geschiedt door den minister. (Art. 40, vierde l d.

Onder de wet van 1857 werd de schorsing van een onderwijzer a s straf beschouwd. Volgens de in 1878 gewisselde stukken kwam znaUeen te ! pas als maatregel van orde, ingeval van gebiedende- noodzekehjkhdd, bnv. als tegen een onderwijzer een beschuldiging was ingebracht of een vermoed! gerezen was van dien aard, dat zijn verwijdering uit de school ogenblikkelijk noodig was. De wet van 1920 heeft de < kehjk onder de straffen genoemd. Voor hetgeen de wet van 1878 schorsing noemde, wordt thans de term „het ontzeggen van den toegang tot de school gebruikt. Volgens art. 39 kunnen burgemeester en wethouders aan een onderwijze, eener gemeenteschool op voorstel van den inspecteur of den mtlur gehoord'voor ten hoogste een maand den toegang tot cle school ontzeggen. De ontzegging geschiedt zonder stilstand van jaarwedde.

OnSag aan onderwijzers, aan gemeentescholen verbonden, kan volgens art. 38 Lr den gemeenteraad in twee gevallen worden verleend: * re h -

* streeks overeenkomstig eigen verzoek met ingang van den dag door burge-

* meester en wethouders te bepalen; b. op voordracht van burgemeester en wethouders of van den inspecteur.

Op eigen verzoek kan nooit een niet-eervol ontslag worden verleend. Vraagt de onderwijzer zijn eervol ontslag en meent de gemeenteraad een

*) Zie hieronder.

58

Sluiten