Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 6

62

den onderwijzer, die zich in dit opzicht aan plichtsverzuim schuldig maakt, voor hoogstens een jaar en bij herhaling der overtreding voor onbepaalden tijd in zijn bevoegdheid tot het geven van onderwijs aan een openbare school schorsen. Het geven van godsdienstonderwijs blijft aan de godsdienstleeraren overgelaten." Het is hier de plaats niet om een overzicht te geven van de verschillende uitleggingen, welke aan deze wetsbepalingen gegeven zijn, vooral niet, daar die uitleggingen dikwijls meer getuigen van groote vindingrijkheid op politiek terrein, dan van een zucht om volgens rechtskundige regels de juiste beteekenis van het wettelijk voorschrift m het licht te stellen. Alleen aan het volgende citaat uit de memorie van beantwoording van 1878 wordt hier een plaats gegeven: „De ondergetekende wanhoopt aan het vinden eener betere formule dan de geijkte: „opleiding tot alle christelijke en maatschappelijke deugden". Met de neutraliteit der school tegenover de geloofsverschillen der kerkelijke secten strijdt het niet, dat het onderwijs, de omgang tusschen onderwijzer en jeugd, van den vuur- ' deesem der ethiek doortrokken zij. Christelijke en maatschappelijke deugden staan tot elkaar in soortgelijk verband als goede zeden en openbare orde in rechten De volkeren, die de christelijke jaartelling gebruiken, kennen, wat de plichten jegens den naaste betreft, geen andere zedeleer dan die, welke eerst sedert het groote feit, waaraan die jaartelling herinnert, s menschen hart gevormd en verlicht heeft en waarop dus de wereldgeschiedenis — met het goedvinden van den Nederlandschen wetgever — den stempel christelijk heeft gedrukt. Doch de christelijke zedeleer houdt zich meer met de plichten jegens den evenmensch dan met die jegens het vaderland bezig en de opleiding, door de nationale school te schenken, strekt tevens om vrije burgers te kweeken en aan het opkomend geslacht levendig beset der plichten jegens de maatschappij in te boezemen. De woorden christelijk en maatschappelijk omvatten het gansche gebied der zedelijke opvoeding, voor zoover deze in de openbare school thuis behoort. Komen zij die deug' den verwarren met geloofswaardigheden, tegen de uitdrukking der wet m verzet — geen tekst is tegen misverstand veilig."

De woorden „en aan hun lichamelijke oefening" zijn in 1920 ingelascht. Op bezwaarschriften tegen het in de openbare lagere school gebruik maken van bepaald aangewezen leerboeken wordt beslist door den minister, den onderwijsraad gehoord, wiens beslissing in de staatscourant wordt openbaar gemaakt. De onderwijzer, die een aldus afgekeurd leerboek gebruikt, wordt door burgemeester en wethouders verboden hiermede voort te gaan. Blijft hij ondanks dit verbod het boek toch gebruiken, dan wordt hij overeenkomstig de bestaande voorschriften niet eervol ontslagen ). x) Art. 43 der wel.

Sluiten