Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

71

Hfdst. VIII § 7

wedde van ƒ 1900,—, tenzij alsdan een nieuwe beslissing wordt genomen tot net onthouden ook van die verhooging1).

In afwijking van het beginsel op bladz. 64 en 65 ontwikkeld, is de gemeenteraad in twee gevallen bevoegd, onder goedkeuring van gedeputeerde staten, aan de onderwijzers een extra-belooning toe te kennen; ten eerste op grond van het bezit of van het gebruik maken op de school van bevoegdheden, waarvoor geen wettelijke akten van bekwaamheid verkrijgbaar zijn en ten tweede op grond van hun aanwijzing tot plaatsvervanger van het hoofd der school. Maakt de gemeenteraad van die bevoegdheid gebruik, hetzij voor een school der gemeente, hetzij voor een gemeenschappelijke school als bedoeld in het vierde lid van art. 19 2) dan is hij gehouden tot toekenning van gelijke belooning aan de onderwijzers, verbonden aan de in de gemeente gevestigde bijzondere scholen, als bedoeld in art. 97 s), die in hetzelfde geval verkeeren. Deze belooningen worden medegerekend bij de grondslagen, naar welke voor pensioen is bij te dragen. (Art. 33 der wet.)

Dit zijn de eenige gevallen, waarin de gemeentekas aangesproken kan worden om aan de onderwijzers een extra belooning toe te kennen, dus mag uit de gemeentekas niet geput worden om bijv. de jaarwedde nog over zeker tijdperk na het overlijden uit te keeren of om een gratificatie of een duurtetoeslag te geven.

Na het bespreken van de bepalingen betreffende de bezoldiging voor zoover die van meer algemeene strekking volgt hieronder een overzicht van de bedragen der jaarwedden van de onderwijzers. De cijfers hebben betrekking op gemeenten der eerste klasse.

De

gevallen, waarin de gemeenteraad aan de onderwijzers een extra belooning mag

toekennen.

Bedrag der jaarwedden zonder standplaatskorting.

Onder- Onderwijzers I Onderwijzers

Onderwijzen wijzeressen met akte met akte

met de nieuwe met de nieuwe volgens de wet volgens de

Aantal dienstjaren. akte van art. a'ae yan van '878, wet van 1878,

134 der wet. '35 der zonder met

wet (Akte A). hoofdakte. hoofdakte. L: 2. 1 3. 1 4. 11 5.

H II U

minder dan 1 ... . ƒ 2200— ƒ 1600— ƒ 1600— ƒ 1900,—

1 doch minder dan 2 L 2300,— „ 1700,— „ 1700— „ 2000 —

2 „ „ „ 3 „ 2400— „ 1800— „ 1700— „ 2100 —

3 „ „ „ 4 „ 2500— „ 1900— „ 1800— „ 2200 —

4 „ „ „ 5 „ 2600— „ 2000,— „ 1800— „ 2300 —

5 „ „ „ 6 „ 2700— „ 2100— „ 1900— „ 2400 —

X) Vergelijk de ministerieele circulaire van 3 November 1919, no. 8899, afdeeling L. O. A.

2) Zie bladz. 40.

) Zie de paragraaf betreffende de uitgaven voor het bijzonder onderwijs.

Sluiten