Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weduwenen weezenpensioen.

Gevallen, waarin geen aanspraak op weduwen- en weezenpensioenbestaat.

Hfdst. VIII § 7 82

nadat de vermindering van jaarwedde hem kenbaar is gemaakt, schriftelijk aangifte moet doen bij burgemeester en wethouders der gemeente, waar

hij werkzaam is. ... r • j 1

De hier bedoelde bijdrage wordt door den onderwijzer, die in den loop van het jaar van het bijzonder onderwijs overgaat naar het openbaar, met betaald over het gedeelte van het jaar, gedurende hetwelk hij bij laatstgenoemd onderwijs werkzaam is1). Deze bepaling is een gevolg van de verplichting tot storting der bijdrage van den betrokken onderwijzer voor een geheel jaar, als hij op 1 Januari bij het bijzonder onderwijs werkzaam

was ^. , i

De weduwenwet voor de onderwijzers 1905 stelt voorop, dat aan de weduwen van onderwijzers en aan hun weezen beneden den leeftijd van 18 jaar pensioen zal worden verleend, dat dit pensioen zal komen ten laste van het fonds opgericht krachtens de weduwenwet voor de ambtenaren 1890 en dat de toekenning van het pensioen zal geschieden m de gevallen, onder de voorwaarden en naar de regels in de weduwenwet voor de onderwijzers 1905 bepaald. .. ,,

Het is voor het doel, dat met dit werk beoogd wordt, met noodig al deze gevallen, voorwaarden en regels na te gaan, een overzicht mag echter niet

ontbreken. .. ,

Onder weezen worden voor de toepassing der wet verstaan wettige kinderen van overleden onderwijzers. Indien een kind, waarvan de echtgenote van een onderwijzer bij het overlijden van haar man zwanger is, levend ter wereld komt wordt het als reeds geboren aangemerkt, toen de vader stiert. Geen aanspraak op pensioen hebben: ■ a weduwen en weezen als zoodanig gerechtigd tot eenig ander pensioen Z uit het inkomen van den staat of uit dat van zijn koloniën en bezittingen in andere werelddeelen, dan in den vorm van een aanvullingspensioen voor zoover het door hen genoten pensioen lager is dan dat, waarop de bepa' lingen der weduwenwet voor de onderwijzer 1905 aanspraak geven; b de weduwe en de bij haar verwekte kinderen, indien een onderwijzer in het huwelijk treedt, nadat hij op wachtgeld gesteld, gepensionneerd ot zijn 60ste levensjaar ingetreden is;

c de kinderen, geboren uit het huwelijk door een onderwijzeres aangegaan; nadat zij op wachtgeld was gesteld of gepensionneerd was;

i. de weduwen en de weezen van de vakonderwijzers, die uitsluitend in een of meer der vakken, vermeld in art. 2, onder litt. h, i, j, h r, s, t en u, onderwijs geven.

i) Eerste, tweede en derde lid van art. 49 der wet.

«) Dit is bepaald in het eerste lid van art. 120 der wet.

82

Sluiten