Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 9

102

Beneden een

bepaald

inkomen

mag geen

schoolgeld

geheven '

worden.

Boven een bepaald inkomen stijgt het schoolgeld niet meer.

Voor het gewoon en uitgebreid onderwijs moet het schoolgeld afzonde rlij k geregeld worden.

dan kan daarbij niet gedacht zijn aan een gedeelte van het inkomen, zooals het belastbaar inkomen feitelijk slechts is.

In de verordening tot heffing van schoolgeld wordt het bedrag van het inkomen vermeld, beneden hetwelk schoolgeld niet verschuldtgd is (Art. 62 derde lid.) Hierin ligt het beginsel opgesloten, dat het onderwijs kosteloos moet zijn voor hen, die niet kunnen betalen. De grens daarvan te bepalen heeft de wet geheel aan de plaatselijke verordening overgelaten

De staatscommissie had voorgesteld, dat van de betaling van schoolgeld zouden zijn vrijgesteld degenen, die niet in de plaatselijke directe belasting naar het inkomen zijn aangeslagen; en dat in gemeenten, welke geen zoodanige belasting heffen, in de verordening tot heffing van schoolgeld het bedrag van het inkomen zou vermeld worden, beneden hetwelk schoolgeld niet verschuldigd zou zijn. Het kwam den minister meer praktisch voor dit laatste voor alle gemeenten voor te schrijven, omdat anders in vele gevallen de vrijstelling zoude afhangen van een belastingkohier, dat al een paar jaren oud is. (Vergelijk de memorie van toelichting).

Voor iedere soort van scholen wordt in de verordening tot heffing van schoolgeld het bedrag van het inkomen aangegeven boven hetwelk schoolgeld volgens de hoogste klasse van heffing verschuldigd is. (Art. 64, derde

h<Door deze bepaling kan de evenredige heffing van schoolgeld niet tot het onbepaalde worden doorgevoerd, maar zal in de verordening moeten vastgesteld worden bij welk inkomen het maximum der heffing bereikt is en dan zal er van de hoogere inkomens ook niet meer dan dat maximum geheven mogen worden, zoodat er voor die hoogere inkomens van evenredige heffing geen sprake meer is. Hoe hooger dit inkomen gesteld wordt, hoe meer men het stelsel van evenredige heffing volledig in vervulling brengt doch hoe geringer bij gelijkstelling van het bedrag van het maximum van heffing het totaal bedrag, dat in de gemeentekas vloeit, ook zal zijn.

Art 63, eerste lid, bepaalt, dat het schoolgeld voor scholen, bestemd voor gewoon onderwijs en voor scholen, bestemd voor uitgebreid onderwijs, afzonderlijk wordt geregeld. Dit is voorgeschreven om te kunnen voldoen aan het tweede lid van art. 64, luidende: „In de verordening tot heffing van schoolgeld wordt zooveel mogelijk rekening gehouden met het beginsel, dat de bedragen, verschuldigd volgens de verschillende klassen van heffing, voor scholen, bestemd voor uitgebreid onderwijs verhoogd worden m dezelfde verhouding als het gemiddeld bedrag per leerling vanl de kosten van die soort van scholen in de gemeente hooger is dan het gemiddeld bedrag

per leerling van de kosten der scholen voor gewoon onderwijs in de ge-

meente.

Sluiten