Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 10

110

Regeling van de

schooltijden, van de vacanties, net leerplan, enz.

Goedkeuring door

gedeputeerde staten.

Slechts enkele bepa lingen van titel H der wet gelden voor het vervolgonderwijs.

van het vervolgonderwijs. Bij de regeling van het vervolgonderwijs is art. 26 niet van toepassing, omdat godsdienstonderwijs niet kan behooren tot het vervolgonderwijs. Er kan dus ook geen sprake zijn van njksvergoeding voor godsdienstonderwijs bij het openbaar vervolgonderwijs.

Voor de regeling van de schooltijden en van de vacanties, het leerplan en de aanwijzing van de bij het onderwijs te gebruiken boeken en de verdeeling van den cursus in klassen, gelden voor het openbaar vervolgonderwijs dezelfde bepalingen als voor de openbare scholen voor gewoon lager en uitgebreid lager onderwijs in art. 25 zijn gegeven. (Zie bladz. 42 44j.

De bepalingen van het vierde lid van dat artikel betreffende het ophangen en de inrichting van den lesrooster en van het vijfde lid betreffende afwijkingen voor sommige inrichtingen van onderwijs gelden niet voor het vervolgonderwijs. Dat voor dit onderwijs ook niet geldt, hetgeen art. 26 (zie bladz. 44 en 45) omtrent het godsdienstonderwijs bepaalt, is reeds

°PDTLluiten van den gemeenteraad betreffende het getal der scholen voor vervolgonderwijs en de vakken, welke op de scholen zullen onderwezen worden, moeten aan gedeputeerde staten worden medegedeeld. Zoo gedeputeerde staten het getal scholen of den omvang van het onderwijs onvoldoende achten, bevelen zij, den hoofdinspecteur gehoord, vermeerdering. Gelijke vermeerdering kan ook bij koninklijk besluit, gedeputeerde staten gehoord, bevolén worden. . .

De besluiten van den gemeenteraad betreffende de vermindering van het getal scholen of van den omvang van het onderwijs moeten aan de goedkeuring van gedeputeerde staten, den hoofdinspecteur gehoord, onderworpen worden. De artt. 196, 197, 198, 200, 201 en 202 der gemeentewet zijn ten deze van toepassing.

Voor deze bepalingen van de artt. 22 en 23 der wet wordt verwezen

naar bladz. 40 en 41. , Toen men in art. 3 het vervolgonderwijs ging noemen had men daaraan - ook een afzonderlijken titel moeten wijden, zooals aan het buitengewoon lager onderwijs, dan had men niet in het onzekere behoeven te verkeeren bij het beantwoorden der vraag, welke artikels der wet wel en welke niet voor het vervolgonderwijs geschreven zijn. Titel II der wet heeft tot opschrift: „Van het openbaar gewoon lager, uitgebreid lager onderwijs en vervolgonderwijs". Het woofd vervolgonderwijs heeft men daaraan eerst bij tweede lezing even voor de eindstemming in de tweede kamer toegevoegd. Men heeft daarmede niets kunnen wegnemen van het feit, dat de bepalingen van titel II der wet gegeven zijn voor het openbaar gewoon en uitgebreid lager onderwijs en niet voor het vervolgonderwijs; hoogstens kan deze

Sluiten