Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

115

Hfdst. VIII § 10

wekehjksche lesuren van elk der klassen, waarover de leerlingen zijn verdeeld, maar naar het aantal uren, gedurende welke aan den cursus als geheel genomen per week les gegeven wordt.

Bij het berekenen der belooning zal een gedeelte van een week, mits vallende, hetzij aan het begin, hetzij aan het einde van den cursus, voor een volle week kunnen worden gerekend. Dit geldt echter alleen voor het bepalen van het aantal weken, dat de cursus duurt. De belooning, waarop, ieder onderwijzer individueel aanspraak heeft, zal voor ieder afzonderlijk moeten worden berekend. Ingeval van mutatie zal voor den opvolger niet alleen zijn te letten op het aantal nog resteerende weken van den cursus, maar ook op het aantal door hem te geven wekelijksche lesuren.

Volgens art. 61 der wet vergoedt het rijk aan de gemeente, welke met inachtneming van de voorschriften van art. 21 (zie bladz. 107 en volgende) vervolgonderwijs doet geven, de aan de onderwijzers uitgekeerde belooningen, bedoeld in art. 34, mits:

a. de cursus door ten minste zes leerlingen is gevolgd indien hij niet m klassen of afdeelingen is gesplitst;

b. bij splitsing van den cursus in klassen of afdeelingen elke klasse of afdeeling door ten minste twaalf leerlingen is gevolgd

Bij de toepassing van deze bepalingen wordt tot grondslag' genomen het gemiddeld aantal leerlingen, berekend naar het aantal, dat op den eersten dag van elke maand, waarin het onderwijs is gegeven, als werkelijk het onderwijs volgende bekend stond.

Vermindering van het aantal leerlingen gedurende den cursus, welke in klassen of afdeelingen is gesplitst, in een of meer der klassen of afdeelingen is met van invloed op het bedrag der vergoeding, mits het aantal leerlingen, berekend naar genoemden maatstaf, in elke klasse of afdeeling niet daalt beneden acht. Daalt het aantal leerlingen beneden dit getal, dan wordt de vergoeding der belooning van de onderwijzers evenredig verminderd. De vergoeding der belooning van het hoofd van den cursus wordt in dit [geval ten volle verleend.

De administratieve voorschriften voor de vergoeding van het vervolg- ] onderwijs zijn gegeven bij het koninklijk besluit 15 December 1920 (st.bl. 1 no. 897). De voornaamste van die voorschriften zijn de volgende. s

Binnen tien dagen na den aanvang van een cursus voor vervolgonderwijs 1 zendt het gemeentebestuur aan den minister en aan den inspecteur een ^ topgave, volgens het bij dat besluit vastgesteld formulier, model A. v

Indien den inspecteur blijkt, dat de in die opgave verstrekte gegevens " niet m overeenstemming zijn met het volgens art. 21, vierde lid, der wet (vastgesteld leerplan, zendt hij de opgave ter aanvulling of verbetering terug

De vergoedin van het rij k voor het vervolgonderwijs.

De

dministraieve voorchriftenoor de ergoeding oor het ervolgnderwijs.

Sluiten