Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

119

Hfdst. VIII § 12

wet op het middelbaar onderwijs voor de scholen voor doofstommen en blinden de vrij zonderlinge bepaling aan, dat zij onderworpen zijn aan het toezicht van den inspecteur van het middelbaar onderwijs en de plaatselijke commissie van toezicht op dat onderwijs. Door het bepaalde in het tweede lid van art. 187 der lager-onderwijswet 1920 is dat voorschrift met ingang van 1 Januari 1921 vervallen, doch is voor den overgangstijd een voorziening getroffen door art. 188, bepalende dat de scholen voor doofstommen en blinden onderworpen blijven aan het toezicht, vermeld in art. 46 der wet van 2 Mei 1863 (st.bl. no. 50), totdat de algemeene maatregel van bestuur, als bedoeld in het eerste lid van art. 4, met betrekking tot deze scholen in werking treedt.

§ 12. Het toezicht op het lager onderwijs.

Het toezicht over het lager onderwijs in het geheele rijk is opgedragen aan den minister. Onder zijn bevelen wordt dat toezicht uitgeoefend door de hoofdinspecteurs, de inspecteurs en de schoolopzieners. (Art. 172.)

Voor de invoering van de tegenwoordige wet had men inspecteurs, thans vervangen door hoofdinspecteurs, districtsschoolopzieners, waarvoor inspecteurs in de plaats zijn gekomen, evenwel met een uitgebreider werkkring dan die van de vroegere districtsschoolopzieners en arrondissementsschoolopzieners, thans eenvoudig schoolopzieners genoemd, doch met een veel minder zelfstandigen werkkring dan de vroegere arrondissementsschoolopzieners hadden.

Bij de invoering der nieuwe wet, dus met ingang van 1 Januari 1921, is krachtens art. 215 eervol ontslag verleend aan alle inspecteurs, districtsschoolopzieners en arrondissementsschoolopzieners. Voor zoover deze titularissen niet bij het nieuwe schooltoezicht benoemd zijn, is aan de inspecteurs en de districtsschoolopzieners wachtgeld toegekend, als zij nog geen vijf en zestig jaar waren en dus nog geen pensioenrechten hadden en is aan de arrondissementsschoolopzieners een jaarlijksche toelage verleend, daar deze titularissen niet tot de burgerlijke ambtenaren gerekend werden en dus nimmer recht op pensioen hadden.

Gewezen districts- en arrondissementsschoolopzieners kunnen nog aangewezen worden als lid der commissie voor de onderwijzersexamens.

De hoofdinspecteurs, de inspecteurs en de schoolopzieners worden door de Koningin benoemd, geschorst en ontslagen. (Art. 173, eerste lid).

Het is thans in ons staats- en administratief recht een vaste regel, dat, als het tegendeel niet bepaald is, ook vrouwen tot ambten benoembaar zijn, zoodat ook vrouwen bij het rijksschooltoezicht benoemd kunnen worden. De wetgever heefjt dan ook bedoeld, dat ook vrouwen benoemd zullen

scholen voor doofstommen en blinden.

Aan wie het rij ksschooltoezicht n .: opgedragen.

benoeming, ichorsing en mtslag.

Sluiten