Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De plaatselijke commissie van toezicht.

Inrichting en samenstelling der

commissie.

Hfdst. VIII § 12 126

wethouders." (Art. 176, eerste lid). Naast burgemeester en wethouders bestaat er in elke gemeente een commissie van toeztcht en kunnen ambtenaren van het plaatselijk schooltoezicht aangesteld worden, doch nochde commissie, noch de ambtenaren vervangen burgemeester en wethouders in het hun opgedragen plaatselijk schooltoezicht.

De leden van het college van burgemeester en wethouders znn bevoegd tot het opmaken van proces-verbaal van de overtredmgen der ^r-oiiderwijswet 1920 en van andere wetten en verordeningen op het lager onderwis (Art. 178). Deze bevoegdheid behoort niet aan de leden van den tweeden tak van het plaatselijk toezicht, de comrmsste van toeztcht; wel aan de ambtenaren van het plaatsehjk toezicht.

De gemeenteraad moet ter nadere verzekering van het P^kj^ op het lager onderwijs een commissie instellen. D.t ,s als een plicht aan den raad opgelegd (art. 176, tweede lid), zoodat in elke gemeente zoodanige clmTssiemoeTzili. Bij de openbare beraadslaging in de tweede kame is nog getracht deze commissies facultatief in plaats van imperatief te maken, dit is echter niet gelukt. *, Tarii •

Deze commissies zijn.ingesteld moeten worden met ingang van 1 jW. 1921, daar krachtens art. 216 der lager-onderwijswet 1920 de plaatselijke commissiën van toezicht, bedoeld in de wet van 1878, met Zm ontbonden zijn. Onder de wet van 1878 waren plaatsehjke schoolcommissies, zoo werden zij algemeen genoemd, facultatiet. « De gemeenteraad moet volgens art. 176, tweede lid, regelen de innchting ï en salnstelling der commissie van toezicht ^^a^^ van het

Sw^tdoe^ da^r d ze artikels niets inhouden, wat met de inrichting of samenstelling d r commissie verband houdt, doch daarin ^J^^Z^ komen, betreffende de taak der commissies. Blijkbaar ^"^L^ ^ aangenomen, dat de bedoelde regeling ook bepalingen betreffende de be voegdheden der commissies zou kunnen bevatten.

Art 184 daarentegen houdt in het eerste hd voorschriften in voor de inrtnting en samenstelling der commissie Het bepaalt in^het eerste^ dat de plaatselijke commissie van toeztcht moet ^^"^ vijf leden. Van elke vijf leden behoort een tot de ouders der nde ggeënte op een openbare lagere school ingeschreven leerlingen, een tot deponder der in de gemeente op een bijzondere lagere school ingeschreven leer üngen een tot de meerderjarige onderwijzers der openbare lagere scholen en tot de meerderjarige onderwijzers der bijzondere lagere schohm m de gemeente, een tot de overige meerderjarige inwoners der gemeente.

126

Sluiten