Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

131

Hfdst. VIII § 12

hadden. Hun bestaan was, naar de interpretatie der regeering, met de wet met in strijd te achten. Maar de uitoefening hunner taak leverde een bron voor conflicten met het rijksschooltoezicht.

Dat de besturen der groote gemeenten de behoefte gevoelen aan deskundige hulp bij de uitvoering der hun door de wet opgelegde taak is volkomen begrijpelijk. Wordt dit erkend, dan is het echter beter, dit ook in de wet tot uitdrukking te. laten komen. Maar dit dient te geschieden in algemeene termen, omdat preciseering geen aanbeveling zou verdienen.

In verband met de omstandigheid, dat de leden van de commissie van toezicht, niet, doch de ambtenaren wel bevoegd zijn van overtredingen proces-verbaal op te maken is voor de commissieleden niet, doch voor de ambtenaren beëediging wel verplichtend gesteld.

De ambtenaren van het plaatselijke schooltoezicht moeten bij het aanvaarden hunner bediening in handen van den burgemeester den eed of de belofte afleggen, dat zij hun plichten getrouw en naar behooren zullen waarnemen. Op bladz. 121 en 122 is reeds opgemerkt, dat zij bij eventueele herbenoeming niet opnieuw moeten beëedigd worden. Bij overplaatsing naar een andere gemeente zullen zij wel opnieuw beëedigd moeten worden. Daar hun betrekking zuiver gemeentelijk is, kan voor hen de vrijstelling voor de leden van het rijksschooltoezicht gegeven, niet gelden. Bovendien kan ten aanzien van deze ambtenaren niet van overplaatsing gesproken worden. Indien zij in een andere gemeente ambtenaar van het plaatselijk schooltoezicht worden, geschiedt dit tengevolge van een nieuwe benoeming en ontslag.

De ambtenaren van het plaatselijk schooltoezicht hebben evenals de leden van het rijksschooltoezicht en de léden van het college van burgemeester en wethouders en de ambtenaren, bedoeld in art. 8, onder 1—6, van het wetboek van strafvordering de bevoegdheid tot het opmaken van proces-verbaal van de overtredingen der lager-onderwijswet 1920 en van andere wetten en verordeningen op het lager onderwijs. (Art. 128.)

Zij zijn ook bevoegd tot schoolbezoek. De bepalingen daaromtrent voor de leden van de commissie aangestipt, gelden ook voor hen. (Zie bladz. 128, 129 en 130.)

De werkzaamheden van den ambtenaar van het plaatselijk schooltoezicht moeten geregeld worden door den gemeenteraad of door burgemeester en wethouders. De ongewone omschrijving „door den gemeenteraad of door burgemeester en wethouders" is een gevolg van een door den minister overgenomen amendement, waarmede bedoeld is de mogelijkheid te openen, dat de raad deze regeling geheel of gedeeltelijk aan burgemeester en wethouders kan overlaten.

Beëediging van de ambtenaren van het plaatselijk schooltoezicht.

Bevoegdbeden van den srrbtenaar van het plaatselijk schooltoezicht.

Werkkring van den ambtenaar van het plaatselijk ' schooltoezicht.

Sluiten