Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 13

132

De

gemeenten dragen de kosten der schoolgabouwen voor het bijzonder lager onderwijs en van het instandhouden der scholen, behoudens eenige beperking voor het buitengewoon lager

onderwijs.

Bij deze regeling moet het bepaalde in art. 185 in acht genomen worden ).

Art. 185 bepaalt, dat de ambtenaren, bedoeld in art. 176, derde lid, het -ollege van burgemeester en wethouders bij moeten staan in de taak, welke met betrekking tot het lager onderwijs aan het gemeentebestuur behoort. Zij onthouden zich daarbij van handelingen, welke bij uitsluiting tot de bevoegdheden van de leden van het rijksschooltoezicht behooren.

Dit laatste zou ook wel hun plicht geweest zijn, al was het niet uitdrukkelijk bepaald. Dat men het in de wet heelt opgenomen, is een gevolg van de meermalen geuite bewering, dat onder de vorige wet de plaatselijke inspecteur vaak gestroopt heeft op het gebied, dat aan het rijksschooltoezicht was toegewezen.

§ 13 De kosten van de schoolgebouwen voor het bijzonder gewoon lager onderwijs, uitgebreid lager onderwijs, vervolgonderwijs en buitengewoon lager onderwijs en van het instandhouden der scholen.

„Aan bijzondere scholen voor gewoon en uitgebreid lager onderwijs, noch aan bijzondere inrichtingen tot opleiding van onderwijzers mogen de gemeenten een geldelijke bijdrage of andere ondersteuning middellijk of onmiddellijk toekennen dan in de gevallen en onder de voorwaarden in de wet genoemd." (Art. 5, derde lid, eerste zinsnede). Deze verbodsbepaling is uit de wet van 1878 in gewijzigden vorm overgenomen maar heeft, nu feitelijk alle kosten van het bijzonder gewoon en uitgebreid ager onderwijs, ook van het bijzonder vervolgonderwijs ten laste van rijk en gemeente komen, geen groote waarde meer.

De gemeenten dragen de kosten van de schoolgebouwen voor het bijzonder gewoon lager onderwijs, uitgebreid lager onderwijs en vervolgonderwijs en van het instandhouden dier scholen, met dien verstande, dat het rijk de jaarwedden en wedden der onderwijzers vergoedt, terwijl de kosten van de schoolgebouwen en van het instandhouden der scholen voor het buitengewoon bijzonder lager onderwijs worden gedragen, hetzij door het rijk, hetzij door de gemeente, hetzij door rijk en gemeente te zamen.

De door de gemeenten voor het bijzonder lager onderwijs te dragen kosten betre/fen: 1°. het stichten van schoolgebouwen; 2°. de jaarlijksche vergoedingen voor de waarde der bij het inwerkingtreden van de wet in gebruik zijnde schoolgebouwen; 3°. het uitbreiden van het gebouw eener bestaande school of het veranderen der inrichting van zoodanig gebouw en 4°. het instandhouden der scholen. Deze vier onderwerpen worden achtereenvolgens in deze paragraaf behandeld, terwijl in de vijfde plaats

*) Zie het derde lid van art. 176.

Sluiten