Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 13

144

Weigering van de aanvraag op grond van de bruikbaarheid van het gebouw.

Op bladz. 142 is er op gewezen, dat de raad echter niet in die mate aan banden gelegd Is, dat hij de aanvraag ook niet zou mogen weigeren als de stukken onjuist of onvolledig zijn; het is niet de bedoeling van den wetgever, dat genoegen genomen zou moeten worden met overlegging van de in art. 73 genoemde stukken zonder den inhoud te mogen beoordeelen.

Als de aanvraag ingediend is door een schoolbestuur, dat op 1 Januari 1921 in de gemeente een school in gebruik of aanbouw had, kan de aanvraag ook afgewezen worden op grond van de bruikbaarheid van het gebouw, waarin de school gevestigd is. Ook dit afwijzend besluit moet met redenen omkleed zijn. (Art. 205, derde lid.)

Tegen dit besluit kan het schoolbestuur in beroep komen bij gedeputeerde staten. Deze beslissen, den inspecteur gehoord. In no. 1016 van het weekblad van den Ned. bond van gemeenteambtenaren merkt de heer mr. C. A. Van Poelje op dat, ofschoon dit wellicht niet de bedoeling is, ook dit'besluit van gedeputeerde staten onderworpen is aan de werking van het zeer algemeen gestelde, uit de oude wet overgenomen, art. 17, zoodat ieder", die belang heeft bij de vernietiging of verbetering daarvan, binnen 30 vrije dagen bij de Kroon in beroep kan komen. Ook het schoolbestuur is een „ieder". Wij lezen de wet dus zoo, dat wèl het schoolbestuur, maar niet het gemeentebestuur van de voor hem ongunstige beslissing van gedeputeerde staten, bedoeld in het derde lid van art. 205, bij de Kroon in beroep kan gaan. ,

De omstandigheid, dat dè raad bevoegd is een aanvrage om „medewerking" af te wijzen op grond van de bruikbaarheid van een op 1 Januari 1921 in gebruik of aanbouw zijnde school, welke het betrokken bestuur door een andere wil vervangen, brengt voor burgemeester en wethouders de onafwijsbare plicht mede, om in ieder zoodanig geval naar de bruikbaarheid van het oude gebouw een nauwkeurig en deskundig onderzoek te doen instellen en daaromtrent aan den raad advies uit te brengen. Bij dat onderzoek zal zoowel aan de technische als aan de onderwijskundige zijde van het vraagstuk de volle aandacht gewijd moeten worden.

De wet voorziet niet afzonderlijk in het geval, dat een schoolgebouw, ofschoon voor een zeker aantal leerlingen zeer goed bruikbaar, te klein is voor het getal leerlingen, waarvoor plaatsing wordt gewenscht, en het schoolbestuur aan stichting van een geheel nieuwe school de voorkeur geeft boven bijbouw of boven stichting van een tweede kleine school.

Wij achten het niet mogelijk reeds thans aan te geven, hoe in dergelijke gevallen de beslissing zou moeten zijn, maar zouden er, met het oog op het financieel belang der gemeente, de voorkeur aan geven om ingeval van twijfel met afwijzing van het verzoek om medewerking te beginnen.

Sluiten