Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

151

Hfdst. VIII § 13

gedachte van den wetgever is geweest, dat de procedure van schoolbouw voor het bijzonder onderwijs met het inzenden der aanvraag aan den raad zou beginnen. De artt. 77 en 78 zijn opgenomen om vast te leggen., dat met verschillende handelingen dadelijk na het indienen der aanvraag zou begonnen kunnen worden en niet gewacht zou moeten worden tot op de aanvraag beslist is.

De inspecteur moet binnen een maand advies uitbrengen aan het schoolbestuur. De gevolgenvan het overschrijden van dezen termijn zijn niet geregeld.

Als het advies van den inspecteur is ingekomen, wordt door het schoolbestuur het verzoek om het bedrag der geraamde kosten beschikbaar te stellen ingezonden aan burgemeester en wethouders. Het schoolbestuur behoeft daarvoor niet te wachten op de beslissing van den raad op de aanvraag.

Bij dit verzoek wordt gevoegd: a. het bestek; b. de beschrijving van het terrein; c. de omschrijving van de eerste inrichting, daaronder begrepen meubileering en leer- en hulpmiddelen; d. het advies van den inspecteur; e. een uitgewerkte raming van kosten. (Art. 77, vijfde lid.)

Wij hebben hier te doen met een uitgewerkte raming van kosten en niet met de voorloopige raming, gevoegd bij de aanvraag aan den raad betreffende de beschikbaarstelling van de benoodigde gelden.

Ook als het schoolbestuur aan den raad geen bepaald bedrag maar de benoodigde gelden gevraagd heeft, zal het wenschelijk zijn voor zooveel mogelijk zorg te dragen, dat de uitgewerkte raming niet hooger is dan de voorloopige, waarop de raad heeft beslist of nog beslissen moet. Is een bepaald bedrag gevraagd en door den raad toegestaan, dan zal de definitieve begröoting de voorloopige raming niet mogen overtreffen. Was dit het geval dan zouden burgemeester en wethouders zeker niet mogen besluiten het geraamde bedrag beschikbaar te stellen. Als dit mogelijk was, dan zou de beslissing van den raad nog grooter wassen neus zijn, dan reeds het geval is.

Voor overschrijding der raming zijn voorzieningen getroffen bij art. 81, derde lid, waarover op bladz. 159 gehandeld wordt.

Op het verzoek om het bedrag der geraamde kosten beschikbaar te l stellen, moeten burgemeester en wethouders beslissen binnen een maand 1 na de indiening, doch als dan nog geen veertien dagen zijn verloopen na ] den dag, waarop de beslissing op de aanvrage van den raad onherroepelijk 1 is geworden, mogen zij toch niet besluiten voor deze veertien dagen ver- ' loopen zijn en indien ingeval burgemeester en wethouders bezwaren hebben gemaakt (zie bladz. 152) de beslissing van den minister is ingeroepen, niet voor deze beslist heeft.

Dit is naar wij meenen de beteekenis van het zeer onduidelijk geredi-

t

l

t 1

' Verzoek om net bedrag der geraamde kosten beschikbaar te stellen.

De

beslissing van burgemeester en wethouders op het verzoek.

Sluiten