Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 13

156

Teruggaaf der

waarborgsom

den zijn de obligaties der N. W. S. kan mijns inziens niet juist worden ' geacht, aangezien deze obligaties aflosbaar zijn en derhalve de mogelijkheid zou kunnen bestaan, dat bij een algeheele aflossing dezer stukken, op zeker tijdstip een waardemeter voor de bepaling van de vergoeding, als bovenbedoeld, geheel zou ontbreken. Om deze reden zullen onder de bewoording „Nationale Schuld" moeten worden verstaan de inschrijvingen op het grootboek der nationale schuld (certificaten N. W. S.). Deze opvatting is ook in overeenstemming met de te dien opzichte in onze wetgeving algemeen gebruikelijke terminologie (o.a. art. 449 burg. wetb.).

Overeenkomstig bovengenoemde wetsbepaling zal derhalve de jaarhjksche vergoeding afhankelijk zijn van den.koers der certificaten N. S. op den eersten beursdag van het jaar der schatting. De officieele prijscourant opgemaakt op last van den minister van financiën, door van zijnentwege daartoe aangewezen makelaars en commissionairs tot bepaling der waarde van de effecten tot regeling van het recht van successie, en bekend gemaakt in de Ned. staatscourant, zal hiervoor beslissend zijn. Blijkens de desbetreffende opgave, opgenomen in het bijvoegsel van de Ned. staatscourant j van 10 Januari 1921, no. 6, stonden de inschrijvingen en certificaten N. S. op den eersten beursdag van dit jaar, zijnde 3 Januari 1921, genoteerd]

op 52% %. ,

Dientengevolge zal voor de vergoeding van bovenbedoelde perceelen, welke in 1921 zijn getaxeerd, rekening moeten worden gehouden met dezen koers en zal de vergoeding bedragen 6,214 % 'sjaars van de in 1921 getaxeerde waarde.

Het vorenstaande zal analoog van. toepassing zijn ten aanzien van de door de gemeenten ingevolge art. 79, vijfde lid, der wet aan de schoolbesturen uit te keeren rente over de door dezen voor schoolbouw gestorte waarborgsommen.

Wanneer zich gedurende twintig jaren, te rekenen van den dag, waarop de school in gebruik werd genomen, het geval, waardoor de waarborgsom " geheel of ten deele aan de gemeente zou vervallen, niet heeft voorgedaan, betaalt de gemeente de waarborgsom met inbegrip, in de daartoe leidende gevallen, van de geschatte waarde van den grond, indien die bij den bouw] eigendom van de instelling of vereeniging was, aan het schoolbestuur terug.j Is gedurende dat tijdvak een gedeelte der waarborgsom aan de gemeente] vervallen, dan betaalt de gemeente twintig jaren, te rekenen van den dag,; waarop de waarborgsom gedeeltelijk verviel, het niet vervallen gedeelte aan het schoolbestuur terug. (Art. 79, zesde lid.)

Met het oog op deze teruggaaf zijn enkele opmerkingen gemaakt in eed missive van den minister van 31 Januari 1921, no. 1141, afdeeling L. O. F.'

Sluiten