Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

157 Hfdst. VIII § 13

I De minister merkt daarin op, dat overeenkomstig het bepaalde bij art.

79, eerste lid, der lager-onderwijswet 1920, het bestuur eener rechtsper■Boonlijkheid bezittende instelling of vereeniging, die de in art. 72 dier wet I bedoelde aanvrage tot den raad der gemeente heeft gericht en op deze

aanvrage diens medewerking heeft verkregen, de bij de wet vastgestelde I waarborgsom zal moeten storten in de gemeentekas. Het vijfde lid van Kart. 79 der wet legt de gemeente de verplichting op, jaarlijks over de

waarborgsom de in dit lid aangegeven rente aan het schoolbestuur uit '■ te keeren.

Het koninklijk besluit van 31 December 1920 (st.bl. no. 953) ter uitIvoering van de artt. 72 tot en met 86 der wet, bepaalt zich ten deze tot ihet geven van enkele voorschriften omtrent de afgifte door het gemeentebestuur van een bewijs van ontvangst van de waarborgsom en den verKschillenden inhoud van dit bewijs. (Zie bladz. 154). Overigens is deze aan| gelegenheid, zoowel wat betreft wijze en plaats van storting, als wat betreft ■het tijdstip van rentebetaling door de gemeente enz., geheel aan het ge' meentebestuur overgelaten. Ook omtrent de wijze van beheer van deze gelden zijn uit den aard geen bindende regelen den gemeenten opgelegd.

Evenwel komt het mij niet ondienstig voor, ter voorkoming van moeilijkheden eenige aanwijzing te geven betreffende de in dezen door de gemeenten te volgen gedragslijn.

\ De mogelijkheid, voorzien in het laatste lid van art. 79 der wet, dat de gemeente na het verstrijken van den daar genoemden termijn de waarborgsom geheel of gedeeltelijk aan de schoolbesturen moet terugbetalen, is een beletsel voor haar, deze waarborgsom onvoorwaardelijk te beschouwen als een ontvangst, deel uitmakende van het bedrag der ontvangsten, dat jaarlijks door den raad der gemeente bij besluit wordt vastgesteld en welk besluit aan de goedkeuring van gedeputeerde staten wordt onderworpen. I Veeleer zullen bedoelde gelden zorgvuldig zijn af te zonderen van de overige inkomsten der gemeente en dienen zij op zich zelf te worden beheerd ; en belegd, opdat de gemeenten zelve zooveel mogelijk de aan de schoolbesturen uit te keeren rente kweeken. Alleen op deze wijze meent de minister dat eensdeels aan het karakter der waarborgsom recht wordt gei daan anderdeels het gemeentelijk financieel beheer in dit opzicht in goede Ibanen wordt geleid. Hij heeft daarom bij het aangehaalde schrijven de ■olleges van gedeputeerde staten verzocht het volgen van de in dit schrijven aangegeven gedragslijn door de gemeenten te willen bevorderen. m In het tweede lid van art. 80 is geregeld op welke wijze de vereeniging vaneen door of instelling de beschikking krijgt over een gebouw, dat de gemeente be- de semeente ■ichikbaar stelt, hetzij het een nieuw gesticht of een bestaand gebouw is; Schoolgebouw.

157

Sluiten