Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hrosr. VIII § 13

160

Vervreemding

van met geld rj

der gemeente ,

gestichte "

school- g gebouwen is

verboden. ^

e z

c

{

c

£

] 1

Overgang van de school - in eigendom aan de gemeente.

Hoewel het schoolbestuur eigenaar is van het schoolgebouw, met geld | der gemeente gesticht, is het natuurlijk, dat dit bestuur niet geheel wille- | keurig over zijn eigendom kan beschikken. Die eigendom is bestemd voor j; schoollokaal ten behoeve der instelling of vereeniging, waarvoor het gesticht is. Er mag aan dat gebouw geen andere bestemming gegeven worden en het mag niet vervreemd worden, hoewel een uitdrukkelijk verbod om zoodanig schoolgebouw te vervreemden in de wet niet te vinden is, doch ! de wetgever heeft dat verbod willen neerleggen in het vierde lid van art. 1 83, waarin een uitzondering op het niet neergeschreven verbod is vervat, j door te bepalen, dat vervreemding van het schoolgebouw en bijbehoorenden I grond, teneinde uit de opbrengst een ander schoolgebouw te stichten, na I voorafgaande mededeeling aan het gemeentebestuur geoorloofd is, mits met goedkeuring van gedeputeerde staten en onder de door dezen mede in het geldelijk belang der gemeente te stellen voorwaarden. Bij die vervreemding heeft de gemeente het recht van voorkeur. De overneming door | de gemeente geschiedt alsdan tegen de geschatte waarde. Voor de toe-J passing der wet wordt het gestichte nieuwe gebouw met het oude gelijk gesteld.

Hierdoor is het mogelijk een bijzondere school bijv. naar een ander kwartier over te brengen. Door de daarvoor gestelde beperkende bepa- j lingen heeft men willen voorkomen, dat de schoolvereeniging door verkoop van het met geld van de gemeente gestichte gebouw en het optrekken van j een veel kleiner gebouw elders zich zou kunnen verrijken ten koste der I gemeente. . j

Het verbod van vervreemden geldt niet voor scholen, welke op 1 Januari 1921 in gebruik of in aanbouw waren en dus niet met geld der gemeente bekostigd zijn. (Zie hiervoor bladz. 168). Voor de schatting zie men bladz. 141 en 142.

In het voorloopig verslag der eerste kamer werd gevraagd naar de beteekenis van den zin „Voor de toepassing der wet wordt het gestichte nieuwe gebouw met het oude gelijk gesteld", waarop geantwoord is, dat deze zin ten doel heeft te doen uitkomen, dat ten aanzien van schoollokalen, diej niet met rechtstreeks uit de gemeentekas verkregen gelden, maar uit de opbrengst van een door de gemeente bekostigd schoolgebouw zijn gesticht, dezelfde regelen zullen gelden, bijv. wat onderhoud, verzekering en gebruik als anderszins betreft, als in de wet zijn vastgesteld voor scholen, die! wel met rechtstreeks uit de gemeentekas verkregen gelden zijn gebouwd. ol Als de instelling of vereeniging ophoudt het schoolgebouw overeen» komstig zijn bestemming te gebruiken, gaat de eigendom over op de gemeente. Ten aanzien van dezen eigendomsovergang bepaalt alinea 5 vanj

Hl EH

Sluiten