Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

181

Hfdst. VIII § 13

; «verschuldigd, aan het bestuur, indien het dit verzoekt, een voorschot daarop tot ten hoogste tachtig ten honderd van hetgeen terzelfder zake voor de overeenkomstige openbare lagere scholen in die gemeente of in de gelijksoortige gemeente, bedoeld in het vierde lid van art. 101, is uitgegeven over het laatste dienstjaar, waarover de rekening is gesloten."

Ten aanzien van het recht op een voorschot, heeft de regeering in antwoord op het verslag der eerste kamer nog opgemerkt, dat indien een schoolbestuur het hier bedoeld voorschot vraagt, de gemeenteraad verplicht is die aanvraag toe te staan. Met het oog hierop dient wel een maximum bedrag te worden gesteld, om deze aanvragen binnen redelijke perken te houden en is tevens een minimum bedrag overbodig, omdat binnen die perken het gevraagde voorschot behoort te worden verleend.

Omtrent dit voorschot geven de artt. 18 en 19 van het koninklijk besluit van 31 December 1920 (st.bl. no. 952) nog enkele voorschriften.

Het schoolbestuur, hetwelk aanspraak wenscht te maken op de gemeentelijke vergoeding, der kosten van instandhouding der school, geeft daarvan kennis aan het bestuur der gemeente, waar de school is gevestigd, met verzoek om voorschot op die vergoeding. Het schoolbestuur verbindt zich daarbij tot terugbetaling van hetgeen eventueel bij voorschot te veel mocht worden genoten, voor de nakoming van welke verbintenis twee door burgei meester en wethouders goed te keuren borgen behooren te worden gesteld. Van deze borgstelling kan vrijstelling worden verleend voor het schoolbestuur, hetwelk aantoont te zijn aangesloten bij een door den minister erkende rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie van besturen, die zich ten genoege van den minister heeft borg gesteld voor de terugbetaling van eventueel te veel betaalde voorschotten.

Het verzoek om voorschot wordt ingericht overeenkomstig het bij het besluit van 31 December 1920 (st.bl. no. 952) vastgesteld formulier, model L.

Indien dit formulier geen gelegenheid biedt tot het verstrekken van de gegevens door het gemeentebestuur, noodig geacht voor het vaststellen van het voorschot, kan dit formulier door het gemeentebestuur worden aangevuld en voor de betrokken gemeente nader worden vastgesteld. De schoolbesturen moeten alle noodig geachte inlichtingen verstrekken.

De gemeenteraad stelt voor elk schoolbestuur, hetwelk hieraan voldaan, iheeft, het voorschot vast van de gemeentelijke vergoeding, en doet daarvan mededeeling aan het belanghebbend schoolbestuur.

De uitbetaling van dit voorschot geschiedt volgens de door den gemeenteraad te stellen regelen.

Wat deze regelen zullen moeten inhouden, zegt het besluit niet; zij

Sluiten