Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 13

182

zullen cm. bepalingen kunnen bevatten omtrent de uitbetaling bij

gedeelten. , , , , uj 1

,. of Het schoolbestuur is eigenaresse van het schoolgebouw, maar het bezit veSring daarin een eigendom met een bepaalde bestemming, in stand te houden der met gelden uit de gemeentekas. Daarom moet er met alleen tegen gewaakt

Verg° worden, dat voor het onderhoud enz. van het gebouw een met te diepe

greep in de gemeentekas gedaan wordt, maar ook dat het onderhoud enz. van het gebouw niet verwaarloosd wordt. In art. 83, eerste lid, » daarom bepaald, dat de instelling of vereeniging verplicht is het gebouw binnen drie maanden na de oplevering in gebruik te nemen, het behoorlijk te onderhouden, het verzekeren van het gebouw daaronder begrepen, en het overeenkomstig zijn bestemming te gebruiken.

Tot uitvoering van deze wetsbepaling schrijft art. 5 van het konmkhjk besluit van 31 December 1920 (st.bl. no. 953) voor, dat binnen tien dagen na het in gebruik nemen van het schoolgebouw het bestuur der instelling of vereeniging daarvan kennis moet geven aan het gemeentebestuur me vermelding der dagteekening van het in gebruik nemen. Daarbij wordt tevens overgelegd een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de polis van verzekering van het schoolgebouw.

Het bestuur der instelling of vereeniging is voorts verplicht binnen een door het gemeentebestuur te stellen termijn opgave te verstrekken van het aantal leerlingen, waardoor de school wordt bezocht.

Indien den inspecteur blijkt, dat door het schoolbestuur deze verplichtingen niet worden nageleefd, kan de vergoeding uit de gemeentekas worden ingehouden, totdat het schoolbestuur terzake de noodige voorzieningen zal hebben getroffen. Blijkt den inspecteur, dat aan het gebouw meer kosten worden besteed, dan voor behoorlijk onderhoud noodig zijn, dan kan de genoemde vergoeding op dien grond worden verminderd. (Art. 83, tweede

U Geschillen, ontstaande bij de toepassing van de bepalingen van art. 83, eerste en tweede lid der wet, worden volgens het derde hd onderworpen aan de beslissing van gedeputeerde staten.

Deze bepaling geldt blijkens den aanhef van art. 83 alleen voor de na de oplevering in gebruik genomen gebouwen, dus voor de bij de invoering der wet nog niet in gebruik zijnde schoolgebouwen, doch volgens art. 1M, derde lid, zijn zij ook van toepassing op schoolgebouwen, op I Januari 1921 in gebruik of in aanbouw. .

Is den inspecteur van het lager onderwijs, binnen wiens ambtsgebied de school is gevestigd, gebleken, dat de in art. 83, eerste hd, der wet aan de instelling of vereeniging opgelegde verplichtingen niet worden nage-

Sluiten