Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

193 Hfdst. VIII § 14

De onderwijzers aan de hoogere burgerscholen dragen den titel van leeraar. Aan het hoofd van elk dier scholen is een der leeraren geplaatst, die den titel draagt van directeur *).

Evenals het lager onderwijs wordt ook het middelbaar onderwijs verdeeld in school- en huisonderwijs. Volgens art. 3 wordt middelbaar onderwijs gegeven aan jongelieden van niet meer dan drie gezinnen gezamenlijk als huisonderwijs beschouwd.

Met uitzondering van hen, die de kinderen van slechts een gezin onderwijzen, zoogenaamde gouverneurs en gouvernantes, en van hen, die van het geven van middelbaar onderwijs geen beroep makende en zich zonder geldelijke belooning daartoe bereid verklarende koninklijke vergunning hebben verkregen tot het geven van zoodanig onderwijs, mag niemand middelbaar onderwijs geven, die niet in het bezit is der bij de wet, houdende regeling van dat onderwijs, gevorderde bewijzen van bekwaamheid en zedelijkheid, terwijl vreemdelingen bovendien nog vergunning van den Koning behoeven2). De akten van bekwaamheid tot het geven van middelbaar onderwijs worden verkregen door het afleggen van examens ten overstaan van door den minister van binnenlandsche zaken jaarlijks benoemde commissies. Tot deze examens worden slechts candidaten toegelaten, die ^bewijzen hebben geleverd van voldoende algemeene ontwikkeling als voorbereiding voor de beoefening der vakken, waarvoor zij examens wenschen af te leggen. Dit is bepaald bij de wet van 1 Maart 1920 (st.bl. no. 106). Het tijdstip van het inwerkingtreden van deze bepaling is thans (Aug 1921) nog niet vastgesteld. Deze akten strekken zich over een of meer vakken uit. Voor de wis- en werktuigkundige wetenschappen,' de natuurkunde, de scheikunde en de landbouwkunde3), bestaan twee verschillende akten van bekwaamheid door de letters A en B aangeduid. Voor de akten van bekwaamheid zijn voorschriften gegeven bij de artt. 68—82 der wet en het koninklijk besluit van 2 Februari 1864 (st.bl. no. 8), zooals dat bij verscheidene andere besluiten is aangevuld en gewijzigd, laatstelijk bij dat van 19 Juni 1917 (st.bl. no. 148). Welke akten men moet bezitten om tot leeraar aan een hoogere burgerschool met driejarigen of met vijfjarigen cursus benoemd te kunnen worden, leeren de artt. 26 en 27 der wet.

De van deze leeraren mede gevorderde bewijzen van zedelijkheid bestaan I een geschrift van goed zedelijk gedrag, afgegeven door burgemeester ] en wethouders en niet zooals bij het lager en gymnasiaal onderwijs door '

I ) Art. 23 der middelbaar-onderwijswet.

f *) Zie de artt. 4 en 5 der middelbaar-onderwijswet.

3) Voor landbouwkunde zal deze bepaling vervallen op 9 Maart 1923. Adm. recht III

Directeur en leeraren.

School- en huisonderwijs.

Akten van bekwaamheid.

Jewijzen van :edelij kheid.

193

Sluiten